Sluiten

Puppykalender - week 21

Jij en je pup zijn vast al goede vrienden aan het worden en hopelijk gaan jullie elkaar steeds beter begrijpen. Dat is belangrijk, want dat voorkomt misverstanden en problemen. Daarom kijken we deze week eens beter naar de lichaamstaal van jouw pup. Wat probeert hij jou te vertellen? En hoe zorg je ervoor dat hij jou interessant blijft vinden, ook nu hij wat ouder begint te worden?


De onderwerpen van week 21:


    Lichaamstaal

    Je hebt het vast al gezien en er misschien ook op de hondenschool al wat over gehoord: aan het lichaam van je pup kun je heel veel aflezen. Hondentaal is voor een groot deel lichaamstaal en het is dus wel zo handig als jij die taal begrijpt.

    Om te weten hoe je hond zich voelt kun je kijken naar zijn houding en zijn gedrag. Maakt hij hond zich groot, met zijn kop hoog, zijn staart hoog en zijn oren naar voren? Dan is hij meestal zelfverzekerd. Maakt hij zich juist klein: zakt hij een beetje door zijn poten, heeft hij zijn kop wat laag, zijn staart omlaag en zijn oren naar achteren? Dan voelt hij zich onzeker of hij wil aangeven dat hij onderdanig is.

    Een hond met stress laat zogenaamde stresssignalen zien. Zorg dat je die leert herkennen, want dan weet je dat je hond zich niet prettig voelt en kun je problemen voorkomen. Stresssignalen zijn bijvoorbeeld wegkijken, snel met zijn tong langs zijn lippen likken, gapen, zich uitschudden, uit zijn ooghoeken kijken zodat je oogwit ziet, een voorpoot optillen en hijgen.

    Sommige van deze gedragingen doet je hond natuurlijk ook wel eens zonder dat hij stress heeft: als hij net gezwommen heeft, schudt hij zich ook uit, als hij moe is kan hij ook gapen en als hij gerend heeft of als het warm is, zal hij hijgen. Maar is er geen duidelijke aanleiding? Dan is het waarschijnlijk stress.

    Zie je dit soort signalen? Haal je hond dan uit de situatie en bekijk wat je aan zijn stress kunt doen. Misschien is het iets waar je mee kunt gaan oefenen zodat hij met kleine stapjes leert dat er niks engs gebeurt. Op onze speciale website over het voorkomen van hondenbeten lees je meer over lichaamstaal en over stresssignalen.



    Dreiggedrag: niet straffen

    Een hond die boos of bang is, kan gaan grommen. Het is een waarschuwing dat hij agressie kan gaan inzetten.

    Dreiggedrag bestaat uit meer dan alleen grommen. Het begint vaak met verstarren: de hond houdt zijn lijf heel stil en strak. Daarna volgt vaak aanstaren, grommen en/of gromblaffen, borstelen (het haar op de rug overeind zetten), de neus rimpelen, lip optrekken en tanden laten zien, uitvallen en als laatste daadwerkelijk bijten. Die stappen gaan soms heel erg snel en niet elke hond laat elke stap zien, dus je moet goed opletten.

    Een hond die dreigt is bezig met communiceren. Hij vertelt je dat hij iets niet leuk vindt. Dat kan bijvoorbeeld zijn omdat hij het eng vindt, omdat het hem pijn doet, omdat hij bang is dat je iets van hem af wilt pakken of omdat hij zijn territorium wil verdedigen. Honden dreigen dan eerst omdat ze liever een confrontatie willen voorkomen. Want als honden onderling ruzie krijgen en direct zouden aanvallen, is de kans groot dat ze zelf ook gewond raken. Dat willen ze liever voorkomen. Eigenlijk wil een hond een ruzie dus liever ‘uitpraten’ en dat doet hij door je te vertellen hoe hij zich voelt.

    Grommen of ander dreiggedrag moet je dus nooit straffen! Je zou de hond dan straffen voor het waarschuwen, voor het laten zien wat hij voelt, terwijl dat voor jou juist hele nuttige informatie is. En bovendien vindt hij de situatie dan nog steeds vervelend, maar als hij niet meer durft te waarschuwen omdat jij dan boos wordt, gaat hij voortaan misschien meteen bijten.

    Gromt jouw pup in een bepaalde situatie: vraag je dan af waarom hij het vervelend vindt en wat je daaraan kunt doen. Ga niet zomaar door met waar je mee bezig was ‘omdat hij het nou eenmaal goed moet vinden’; hij heeft vast een goede reden. Misschien is het iets wat je hem in kleine stapjes aan moet leren. Of misschien doe je hem pijn. Of snapt hij niet goed wat jij wilt en is hij geschrokken.

    Bedenk hoe je de situatie voortaan kunt voorkomen en wat je jouw pup kunt leren zodat het een volgende keer voor hem én voor jou minder vervelend is! Lees ook het artikel over dreigende honden op minderhondenbeten.nl.


    Wandelen: hou contact!

    Misschien wordt het wandelen met je pup voor jou al bijna ‘gewoon’. En dan zie je vaak dat mensen tijdens de wandeling wat minder met hun pup bezig zijn. Terwijl voor je pup juist op deze leeftijd de omgeving steeds interessanter wordt, word jij voor hem daardoor wat minder interessant. Dat kan ervoor zorgen dat de pup zich buiten steeds minder van je aan gaat trekken.

    Zorg er dus voor dat je, juist nu hij een beetje richting puberteit begint te gaan, vooral wél interessant voor hem blijft!

    Oefen regelmatig met het ‘hierkomen’, beloon hem goed en laat hem weer gaan. Reageer steeds als hij naar je kijkt of op een andere manier contact zoekt, gewoon door even iets tegen hem te zeggen. Doe af en toe oefeningetjes met hem, hij kan dan een beloning verdienen en het is een mooie gelegenheid om bijvoorbeeld zitten of liggen op verschillende plekken te oefenen. Neem een speeltje mee en trek dat af en toe als verrassing uit je jaszak om even met hem te spelen.

    Op die manier leert hij dat er altijd allerlei leuke dingen van jou kunnen komen en dat het dus de moeite loont om op jou te blijven letten en in je buurt te blijven!


    Alleen thuis blijven

    Als het goed is, ben je intussen al een stapje verder en kan jouw pup misschien al een kwartiertje of zelf iets langer alleen thuisblijven. Bij de ene pup gaat dat makkelijker dan bij de andere. Blijf het gewoon rustig aan, stapje voor stapje opbouwen.

    Maar hoe dan ook kun je jouw pup nog niet uren alleen laten. Moet je zelf toch soms langer weg en is er dan niemand anders thuis, dan zul je dus een oplossing moeten bedenken. Een dagopvang kan soms heel handig zijn voor dat soort gevallen. Maar je pup moet daar wel eerst wennen. Wil je gebruik maken van een pension of dagopvang als je zelf eens een dagje weg wilt, dan is het dus slim om je pup daar eerst mee te laten oefenen. Misschien kan hij een paar uurtjes komen op een dag dat jij gewoon thuis bent, zodat je hem kunt ophalen als het toch niet goed gaat.

    Je kunt natuurlijk ook een oppas zoeken, bijvoorbeeld iemand die bij jou aan huis komt of iemand waar de pup een dagje kan blijven. Ook daar geldt dat eerst kennismaken een goed idee is. En gaat je pup bij iemand anders verblijven? Kijk daar dan eens rond: jij weet het beste welke spullen een risico vormen voor je pup. Die kunnen misschien beter even ergens anders neergezet worden als je pup daar is. Laat altijd je telefoonnummer achter zodat men contact met je kan opnemen.



    Gebit

    Hoe staat het intussen met het gebit van je pup? Heeft hij al zijn scherpe melktandjes al gewisseld voor zijn blijvende tanden? Komen de nieuwe kiezen al door en valt zijn melkgebitje bijtijds uit? Blijf regelmatig kijken of dit proces goed gaat. Vooral bij hoektanden gebeurt het nog wel eens dat de melktand hardnekkig blijft zitten, vooral bij kleine rassen. Als dat zo is, moet de dierenarts hem verwijderen omdat het volwassen gebit anders niet goed zal sluiten.


    week
    < 21 >