Sluiten

Verzorging en voeding van uw pup

Bij het verzorgen van een pup komt veel kijken. Hier leest u de belangrijkste zaken over de dagelijkse verzorging en een goede voeding van uw pup.

Voeding

Een jonge pup moet volop groeien. De hond is een van de snelst groeiende zoogdieren. Daar heeft hij naast een goede voeding ook voldoende voeding voor nodig. De samenstelling moet zijn afgestemd op een groeiende pup, en daarom heeft hij net ander voer nodig met andere hoeveelheden voedingsstoffen dan een volwassen hond. Het is erg belangrijk dat de samenstelling van het voer klopt, anders kunnen er bijvoorbeeld groeiafwijkingen ontstaan aan de botten. Vraag aan uw dierenarts welke voeding het beste is voor uw pup. Om zijn maag niet teveel te belasten, is het verstandig de voeding van uw puppy in eerste instantie over vier maaltijden per dag te verdelen. Vanaf een maand of 3 kunt u vaak overstappen op drie maaltijden per dag, hoewel het voor grote rassen met een diepe borstkas of erg drukke pups verstandig kan zijn daar nog even mee te wachten; overleg dat met uw dierenarts.

Voorkom baknijd

Puppy’s hebben soms de neiging hun eten heel snel op te eten zodra er iemand in de buurt komt. Vaak hebben ze bij de fokker hun voerbak moeten delen met nestgenoten zodat er concurrentie was om het voer. Het is belangrijk dat de pup in alle rust kan eten, maar net zo belangrijk om hem te leren dat het niet erg is als er iemand bij zijn voer in de buurt komt. Dit voorkomt problemen met voerbakagressie. Bij de Praktische informatie over Opvoeding kunt u lezen hoe u dit kunt oefenen. Lees ook het artikel over ‘Verdedigen van voedsel en speeltjes’.

Rust na het eten

Let er op dat uw hond na het eten rust krijgt. Hij mag met een volle maag niet wild rennen en spelen, want dit kan een maagtorsie veroorzaken. Daarbij draait de maag om zijn as waardoor in- en uitgang worden afgesloten. Door gasvorming zal de maag dan gaan zwellen en dit is levensgevaarlijk! Wacht dus met uitlaten of spelen tot zijn eten wat gezakt is, liefst tot twee uur na de maaltijd. Wacht ook even een uurtje met voeren als de pup erg druk is geweest tot hij weer goed tot rust is gekomen. Dit geldt zeker voor grote hondenrassen, deze zijn hier extra gevoelig voor.

Groeit hij goed?

Hou in de gaten of uw pup goed groeit. De dierenarts kan u vertellen hoe snel hij mag aankomen. Te weinig groeien is niet goed, maar te snel groeien of te dik worden is ook erg ongezond en kan gewrichtsproblemen veroorzaken. Weeg de pup dus regelmatig door hem op te tillen en samen op de weegschaal te gaan staan. Ga daarna zelf zonder puppy op de weegschaal staan en bereken het verschil.

Het kan ook slim zijn om regelmatig even bij de dierenarts langs te lopen om daar even op de weegschaal te gaan staan en meteen een klein brokje te halen bij de assistente. U kunt de pup dan leren dat het bij de dierenarts niet eng is en tegelijk zijn gewicht in de gaten houden.

Ander voer?

Wilt u overstappen naar andere voeding, doe dit dan geleidelijk door het nieuwe voer een aantal dagen te mengen met het oude. Overleg met uw dierenarts wanneer u kunt overstappen naar 3 of later 2 keer per dag voeren en op welke leeftijd u moet overstappen van puppyvoer naar voer voor jonge of volwassen honden. Doorgaans is dat op een leeftijd van 12 tot 18 maanden, maar voor grote rassen kan dit later zijn.

Tussendoortjes

Wilt u uw hond naast puppybrokjes wel eens iets geven dat hij nog lekkerder vindt? Probeer dan iets te vinden waar uw pup écht gek op is. Dit kunt u namelijk ook gebruiken bij zijn opvoeding. Neem wel iets lekkers dat geschikt is voor honden! U kunt daarvoor terecht bij uw dierenspeciaalzaak; u kunt ook uw dierenarts om advies vragen. Geef niet meer dan 10% van de dagelijkse behoefte aan energie (dus van de dagelijkse hoeveelheid calorieën) in de vorm van een tussendoortje, anders raakt de voeding van uw hond uit balans.

Betasten

Om uw pup goed te kunnen verzorgen is het belangrijk dat u hem overal aan mag raken. Begin dit te oefenen door uw pup regelmatig overal te aaien als hij rustig bij u zit.

Sta tijdens dat aaien een keer letterlijk stil bij zijn oortjes. Kriebel ze niet alleen, maar bekijk ze ook eens. Niet te lang en dan weer kriebelen, dan weer bekijken en dan weer kriebelen. Spreek ondertussen de puppy bemoedigend toe. Veel mensen kijken pas naar de oortjes als de hond er last van heeft. En juist op dat moment heeft hij het liefst dat er niemand aankomt. Het is daarom belangrijk dat hij eraan gewend is dat u hem van tijd tot tijd aanraakt en hij in u alle vertrouwen heeft.

Ditzelfde kunt u doen bij de pootjes. Bekijk de nageltjes en betast ze. Misschien is het later nodig dat u ze gaat knippen.

Ook de tanden moet u kunnen controleren. Om dit te oefenen kunt u tijdens het aaien even kort de lippen van uw pup aan de zijkant wat optillen. Aai dan snel weer verder. Als de pup dit normaal gaat vinden, kunt steeds iets langer kijken en ook eens de bek een klein stukje open maken. Als uw hond er aan gewend is dat u aan zijn bek zit, kunt u later makkelijker zijn tanden poetsen.

Vachtverzorging

Er bestaan verschillende vachttypen zoals langharig, kortharig en ruwharig, die allemaal een andere verzorging nodig hebben. Een verkeerde behandeling van de vacht kan problemen veroorzaken zoals klitvorming, vervilten of het doorbreken van het ruipatroon, dus het loont zeker de moeite om u hierover goed te laten informeren, ook als u een kortharige hond heeft. Ga eens langs een trimsalon en vraag wat nodig is voor de vachtverzorging van uw hond en welke materialen u het beste kunt gebruiken. Oefen het borstelen of kammen door tijdens het aaien even heel kort een keer door de vacht te gaan en dan weer verder te aaien. Dit kunt u langzaam steeds iets uitbreiden. In het artikel over ‘Vachtverzorging bij de hond’ leest u hoe u dat stap voor stap aanpakt en waar u op moet letten bij het verzorgen van de vacht van uw hond.

Nagels knippen

Als de pup er aan gewend is dat u zijn nagels aanraakt, kunt u voorzichtig op een rustig moment met een nagelknippertje eens een millimetertje van zijn nageltjes afknippen. Beloon de pup met uw stem en geef een brokje direct na het knippen. U kunt ook de eerste paar keer alleen het schaartje even op zijn nageltje zetten en dan weer weghalen en belonen. U kunt in eerste instantie één nageltje per dag doen, zodat hij er aan went. Maak er geen gevecht van, lukt het nu niet, probeer het dan gewoon later nog eens en oefen dit regelmatig.

Tanden poetsen

Tandplak kan voor veel problemen zorgen. Het is daarom verstandig om regelmatig de tanden van uw hond te poetsen. Dit moet u natuurlijk ook oefenen, en begin daarmee al van pup af aan. Bij de dierenarts of dierenspeciaalzaak kunt u speciale hondentandenborstels en hondentandpasta kopen. Laat de pup de eerste keer gewoon de tandpasta van de borstel kluiven. Later kunt u steeds meer poetsbewegingen gaan maken. Poets de tanden van uw hond drie keer per week.

Ook als de pup wat ouder is, blijft het belangrijk om al deze handelingen te oefenen. Zo voorkomt u dat hij zich er tegen gaat verzetten omdat hij zich zelfverzekerder begint te voelen naarmate hij ouder wordt.