Muis

Muizen zijn kleine, actieve knaagdieren die snel contact maken met mensen, vrij tam kunnen worden en betrekkelijk eenvoudig te verzorgen zijn. Het is wel nodig meer dan één muis te houden, want het zijn groepsdieren. Muizen zijn slim: u kunt hen van alles leren en laten ontdekken. Daarmee geeft u zowel de muizen als uzelf een leuke bezigheid!

Kies het juiste dier voor uw situatie: lees vóór het kopen eerst of de muis het huisdier is dat u zoekt.

Algemeen

Al ver voor de jaartelling werden er muizen in gevangenschap gehouden. Heel bekend van oudsher zijn de witte muizen, maar deze diertjes kunnen worden gefokt in bijna alle kleuren van de regenboog. Vandaar dat liefhebbers voor de muis die als gezelschapsdier wordt gehouden de naam kleurmuis gebruiken. Onze tamme muizen stammen af van de wilde huismuis. Het lichaam van de muis is ongeveer 6,5 tot 9,5 centimeter lang. Hij heeft een vrij spitse neus, grote ronde oren en een kale, zes tot tien centimeter lange staart. Kleurmuizen worden gemiddeld één tot twee jaar oud.

Verschillende varianten

Tot de groep van muisachtigen behoren wel zo’n duizend soorten. Muizen kunnen zich heel goed aanpassen en weten daardoor op allerlei plekken te overleven. Vaak zijn de soorten vernoemd naar hun leefomgeving: er zijn bijvoorbeeld sneeuwmuizen, bosmuizen, veldmuizen, woestijnmuizen en huismuizen.

De kleurmuis wordt het vaakst als gezelschapsdier aangeboden en is het eenvoudigst te verzorgen. Hij komt voor in tal van kleuren, kleurpatronen en haarvariëteiten. Zo zijn er muizen met de kleuraftekening van een Siamese kat, Hollander konijn of Dalmatische hond en langharige, borstelharige, krulharige en extra glimmende satijnharige muizen.

De meer bijzondere, ‘exotische’ muizensoorten als stekelmuizen, grasmuizen en dwergmuizen hebben vaak een andere leefwijze en eigenschappen dan de kleurmuis en stellen daardoor speciale eisen aan hun huisvesting en verzorging. Ze kunnen wat sneller en schuwer zijn en hebben vaak nog een sterke vluchtreactie, waardoor ze vlugger schrikken, lastiger op te pakken zijn en zich meer verschuilen.

Van nature

Muizen leven in de natuur in familiegroepen waarin een duidelijke rangorde heerst. Met behulp van onder meer hun urine zetten ze geursporen uit om hun territorium af te bakenen en routes uit te zetten waarlangs ze de weg kunnen vinden. Muizen communiceren vooral door middel van geur en geluid. Ze kunnen heel hoge, ultrasone geluidjes maken die voor mensenoren niet hoorbaar zijn. Muizen zijn erg beweeglijk en kunnen goed klimmen, springen en rennen. Net als veel andere knagers zijn muizen nachtdieren. Ze komen uit veiligheidsoverwegingen vooral in actie als het schemerig of donker is. Muizen brengen een groot deel van de dag slapend door, maar kunnen overdag ook af en toe actief zijn.

Huisvesting

Kies bij het uitzoeken van een muizenverblijf voor een onderkomen dat zo veel mogelijk ruimte biedt. Voor twee tot vier muizen is al snel een verblijf van minimaal 60 x 40 x 30 centimeter nodig. Muizen zijn goed te huisvesten in een grote glazen of plastic bak, bijvoorbeeld een aquarium of terrarium. Zorg dat de bak is afgedekt met een deksel van fijnmazig gaas, want muizen kunnen goed en hoog springen. Er zijn maar weinig traliekooien die voor muizen geschikt zijn; de spijlen van deze verblijven staan al snel te ver uit elkaar waardoor de diertjes snel een opening vinden om door te verdwijnen. Om muizen de beweging te geven die ze nodig hebben kan het verblijf worden ingericht met tunnels, trapjes, klimtouwen en een loopwiel. Wilt u een loopwiel geven, kies dan een ruim rad met een dicht loopoppervlak en zonder spaken, zodat de dieren niet met hun staart bekneld kunnen raken.

Een flinke laag absorberende bodembedekking zorgt dat urine snel wordt opgenomen. Omdat muizen vrij gevoelige luchtwegen hebben, mag de bodembedekking niet stoffig of te sterk geurend zijn. Zaagsel is niet geschikt, dit is vaak te stoffig. Bovendien zijn er aanwijzingen dat zaagsel van naaldhout op termijn schadelijk zou kunnen zijn voor de gezondheid van de muizen. Bodembedekking op basis van maïs of hennep of bijvoorbeeld biologisch afbreekbare kattenbakkorrels zijn beter geschikt.

Zorg voor voldoende schuilplekken, bijvoorbeeld knaagdierenhuisjes of vogelnestkastjes gevuld met papiersnippers of een flinke pluk hooi, waar de muizen zich veilig voelen en niet gestoord worden. Kartonnen doosjes kunnen ook goed dienst doen.

Muizen leven van nature in groepsverband. Aangezien het sociale dieren zijn, is het niet diervriendelijk om een muis alleen te houden. Kies daarom voor minimaal twee dieren, of bijvoorbeeld een groepje van drie tot vijf muizen. Mannetjes zijn doorgaans onverdraagzamer en vechtlustiger en kunnen meestal niet met andere mannetjes samenleven. Wie deze problemen wil omzeilen, kan het beste kiezen voor vrouwtjes. Een gemengde groep met zowel mannetjes als vrouwtjes is geen goed idee: dat levert aan de lopende band jonge muisjes op. Een vreemde, anders ruikende muis zal niet worden geaccepteerd. Het samenstellen van een groep muizen vergt daarom enige voorzichtigheid. Het beste is de dieren van jongs af aan met elkaar te laten opgroeien.

Verzorgen en hanteren

Muizen zijn te klein en kwetsbaar om veel op te pakken of overal mee naar toe te nemen. Het zijn geen knuffeldieren maar vooral kijkdiertjes. Een muis aan het eind van zijn staart beetpakken is buitengewoon oncomfortabel en bovendien pijnlijk voor het dier. Een muis kan daarnaast langs zijn eigen staart omhoog klimmen. Hij kan dan zijn ongenoegen uiten door in uw vingers te bijten! Het is wel mogelijk de muis met duim en wijsvinger vast te pakken bij de staartbasis, oftewel het dikkere gedeelte vlakbij het lichaam, om het dier zo op hand of arm te zetten. Ook dat levert echter stress op voor de muis. Het beste is om een tamme muis met beide handen op te pakken en vast te houden, met daarbij de ene hand onder en de andere hand iets over de muis. Het is ook mogelijk het dier in bijvoorbeeld een plastic bakje te laten lopen en hem daarin op te tillen. Pas op, want jonge muisjes zijn erg springerig.

Muizen zijn slimme, nieuwsgierige dieren. Geef hen daarom regelmatig iets nieuws in het verblijf dat ze kunnen onderzoeken, zoals lege doosjes, wc-rolletjes of ander speelgoed.

Muizen met te lange, scherp gepunte nagels kunnen zichzelf tijdens hun poetsbeurten beschadigen. Te lange nagelpuntjes kunnen voorzichtig worden ingekort. Nageltjes laten slijten kan door te zorgen voor wat ruw oppervlak in het muizenverblijf, bijvoorbeeld een (bak)steen waar de dieren overheen moeten lopen.

Een wekelijkse schoonmaakbeurt van het verblijf is meestal voldoende. Muizen zetten urinespoortjes uit om hun omgeving van een eigen luchtje te voorzien. Hoe vaker en beter hun verblijf wordt schoongemaakt, des te meer ze zullen plassen om alles weer zo snel mogelijk vertrouwd te laten ruiken. Dit is te voorkomen door tijdens het schoonmaken een klein deel van de oude bodembedekking en/of het nestmateriaal te laten liggen.

Ververs dagelijks het water en haal voedselresten weg. Maak tijdens het wekelijks schoonmaken van het verblijf ook de drinkfles, het voerbakje en indien nodig ook de overige inrichting schoon. Bij het schoonmaken van het drinkflesje moet de tuit niet vergeten worden. Hier kan makkelijk algengroei in optreden, wat als goede voedingsbodem kan dienen voor ongewenste bacteriën.

Voeding

Muizen zijn echte alleseters. Granen en zaden vormen het hoofdbestanddeel van hun menu maar daarnaast eten ze ook dierlijk voedsel, denk bijvoorbeeld aan insecten. Kies als basismaaltijd voor een compleet voer dat specifiek voor muizen of voor meerdere kleine knagers inclusief muizen (zie de verpakking) is gemaakt. Deze voeders zijn te koop bij de dierenspeciaalzaak. Het menu kan worden aangevuld met wat groenvoer of fruit of een extraatje in de vorm van wat muesli of vogelzaad. Wilgentakken en harde hondenkoeken kunnen dienen als knaagmateriaal. Speciale knagersnacks kunnen voor een muis te groot zijn, waardoor hij er al snel te veel van eet. Knaagblokken en vitaminedruppels zijn overbodig, de muis krijgt er vaak veel te veel mineralen en vitaminen door binnen.

Kleurmuizen drinken in vergelijking met de meeste andere kleine knaagdieren relatief veel en horen altijd te beschikken over vers drinkwater. Geef dit in een glazen drinkflesje of, indien u een plastic flesje gebruikt, hang het flesje buiten de kooi zodat er niet aan geknaagd kan worden.

Voortplanting

Het onderscheid tussen mannetjes en vrouwtjes is bij kleurmuizen vrij eenvoudig te zien. Bij de mannetjes is de afstand tussen anus en geslachtsopening ongeveer tweemaal zo groot als bij de vrouwtjes. Bij volwassen muizenmannen is onder het begin van de staart, vlak onder de anus, bovendien de balzak goed te zien. Pas daarbij wel op want als u de muis helemaal optilt dan zakt deze een eindje terug in het lichaam, wat tot een verkeerde conclusie kan leiden. Til dus alleen de staart op en laat de muis zelf zoveel mogelijk op de ondergrond rusten. Bij muizenvrouwtjes zijn vaak de tepeltjes, verdeeld over twee rijen, als kleine stipjes op de buik zichtbaar.

Kleurmuizen zijn heel snel vruchtbaar, al vanaf de leeftijd van vier tot vijf weken kunnen ze voor nageslacht zorgen. Het is echter beter om te wachten met fokken tot de ouderdieren uitgegroeid en minimaal drie maanden oud zijn. Het muizenvrouwtje is eenmaal in de vier à vijf dagen dekrijp. Een zwanger vrouwtje kunt u gewoon bij de groep laten, de vrouwtjes zorgen namelijk ook voor elkaars jongen. De draagtijd is circa 21 dagen, het kan enkele dagen korter of langer zijn. Het nest bestaat doorgaans uit twee tot veertien jongen maar meer kan ook. De muizen worden kaal en blind geboren. Omdat muizen al vanaf zeer jonge leeftijd vruchtbaar zijn, is het verstandig de broertjes na uiterlijk een maand van hun moeder en zusjes te scheiden.

Ziekten en aandoeningen

Een gezonde muis is levendig, heeft een schone, glanzende vacht, glimmende oogjes en een soepele ademhaling. Tumoren, huidirritaties en luchtwegproblemen zijn aandoeningen die bij kleurmuizen veel voorkomen.

Muizen zijn erg gevoelig voor kwaadaardige tumoren, die snel erg groot kunnen worden.

Bij huidproblemen, te herkennen aan jeuk, krabben, kale plekken, roodheid of irritatie van de huid, schilfers, korstjes en kleine wondjes, zijn er vaak parasieten in het spel, zoals mijten of luizen. Knobbeltjes op de staart en oren van de muis kunnen wijzen op schurftmijt. Helaas zijn dergelijke infecties lastig te bestrijden. De parasieten zijn wel te verwijderen, maar de overgevoeligheid van de huid blijft vaak bestaan.

Muizen hebben gevoelige luchtwegen en kunnen door kou, vocht en tocht snel kouvatten. Een muis met een luchtweginfectie maakt hikkende, sniffende, brommende, piepende of reutelende geluiden. Als luchtwegproblemen onbehandeld blijven, kunnen ze chronisch worden en leiden tot een (dodelijke) longontsteking.

Soms komen gebitsproblemen voor bij muizen. Als tanden of kiezen niet goed op elkaar aansluiten, kunnen ze niet slijten tijdens het knagen en daardoor te lang worden en scheef groeien. De muizen kunnen dan niet of nauwelijks eten en zullen daarom sterk vermageren. Ook kwijlen, doordat de muis zijn bek niet meer goed dicht kan doen, is een alarmsignaal.

Muizen zijn erg kwetsbaar als ze ziek zijn. Wacht daarom niet te lang met het inroepen van deskundige hulp van een dierenarts.

Benodigde ervaring

Voor het op een verantwoorde wijze houden van kleurmuizen is geen specifieke ervaring nodig. Voor het houden van andere muizensoorten is vaak meer kennis en ervaring nodig.

Aanschaf en kosten

Muizen kunt u kopen bij de dierenspeciaalzaak, bij fokkers en ook bij een knaagdierenopvang. Let erop dat de dieren gezond en levendig zijn. Zet niet zomaar vreemde muizen bij elkaar! Zorg ervoor dat u het verblijf thuis al klaar heeft staan, muizen ontsnappen snel en u kunt ze niet zolang even in een kartonnen doos houden.

De prijs van een muis valt doorgaans erg mee, u koopt ze vanaf enkele euro's afhankelijk van de soort. U moet wel investeren in een ruim, goed ingericht verblijf. Terugkerende kosten zijn die voor een goede kwaliteit voer en bodembedekking. Daarnaast kunt u onverhoopt te maken krijgen met gezondheidsproblemen, waarvoor behandeling bij de dierenarts nodig is.

Aandachtspunten

  • Muizen hebben een typisch muizenluchtje, dat bij de mannetjes het sterkst is.
  • Muizen zijn dol op pindakaas, bij het vangen van een ontsnapt dier kan dat een prima lokmiddel zijn. 
     
Vind andere pagina's over:
knaagdier, schemeractief, binnendier