Witbuikegel

Witbuikegels zijn kleine egels die oorspronkelijk uit Afrika komen. Ze kunnen redelijk tam worden. Bij gevaar rollen ze zich op tot een stekelige bal. Witbuikegels hebben een vrij groot en verwarmd verblijf nodig. Ze leven alleen en zijn in de schemer en ’s nachts actief. Mede daarom zijn ze niet geschikt voor kleine kinderen maar kunnen ze goed passen bij mensen die overdag weinig thuis zijn.

Kies het juiste dier voor uw situatie: lees vóór het kopen eerst of de witbuikegel het huisdier is dat u zoekt.

Algemeen

De witbuikegel behoort tot de orde Insecteneters, net als andere egelsoorten. Van nature komt hij voor in Afrika. Hij wordt ook wel ‘vierteenegel’ genoemd, omdat hij aan zijn achterpoten maar vier tenen heeft terwijl andere egels er vijf hebben. Een andere naam die men vaak tegenkomt is ‘African pygmy hedgehog’, omdat hij de kleinste is van de Afrikaanse egels.

Witbuikegels zijn gemiddeld 15 tot 25 centimeter lang en wegen tussen 250 en 600 gram, waarbij mannetjes meestal wat zwaarder zijn dan vrouwtjes. Ze hebben een ovaalvormig lichaam met een spitse snuit, korte pootjes en een klein staartje. Op de rug, zij en op het voorhoofd staan stekels. Bij de wildkleur zijn die wit met halverwege een donkere band. Midden op het voorhoofd loopt een baan zonder stekels naar achteren. De buik en poten hebben een zachte, witte vacht. In het gezicht is de vacht licht met meestal een donker masker.

Zoals alle egels rolt de witbuikegel zich bij gevaar op tot een bal, waarbij hij zijn stekels naar verschillende kanten overeind zet ter bescherming. De witbuikegel is een alleen levend (solitair) dier dat ‘s nachts en in de schemering actief is. Overdag slaapt hij meestal.

De witbuikegel wordt in het wild ongeveer twee tot drie jaar oud. In gevangenschap ligt de gemiddelde leeftijd tussen drie en zes jaar hoewel ze bij goede verzorging soms tot tien jaar oud kunnen worden.

Verschillende varianten

Er zijn een heleboel verschillende kleurslagen van de witbuikegel gefokt. Zo zijn er verschillende vormen ‘wit’, waarbij de stekels overwegend helemaal wit zijn, ‘snowflake’ kleuren waarbij ongeveer de helft van de stekels een gekleurde band heeft en de andere helft niet, en kleuren waarbij vrijwel alle stekels een gekleurde band hebben zoals bij de wildkleur. Ook zijn er albino egels, die geen pigment hebben en dus witte stekels, een witte vacht en rode ogen hebben. ‘Pinto’ is een variant waarbij een vlekachtig kleurpatroon ontstaat doordat de stekels in sommige delen geen kleur hebben en in andere delen wel. De gekleurde banden bestaan in diverse tinten zoals abrikoos, kaneel, lichtbruin, bruin, donkerbruin, grijs of zwart. Boven en onder de brede, gekleurde band kan nog een dun, gekleurd bandje lopen. De kleur van de egel is na zo’n negen weken goed te zien en kan soms na ongeveer een jaar wat vervagen.

Van nature

De witbuikegel komt in het wild voor in het midden van Afrika, in het gebied direct ten zuiden van de Sahara van Senegal tot Sudan en Somalië en vanaf daar meer zuidelijk via Kenya en Tanzania tot in Zambia. Hij leeft op de savanne, droge steppe, in drogere graslanden met wat struikjes en in halfwoestijnen en komt ook wel in tuinen en op landbouwgronden.

Witbuikegels leven alleen en gaan slechts op zoek naar andere egels als ze willen paren. Ze hebben geen echt territorium maar vermijden elkaar eerder. Het zijn nachtdieren die overdag slapen in schuilplekken tussen droog gras en bladeren, tussen rotsen of in verlaten holen. In de avondschemering worden ze actief en gaan op zoek naar voedsel of een partner, waarbij ze flinke afstanden afleggen.

De witbuikegel eet insecten, slakken, wormen, kleine gewervelde dieren zoals slangen, hagedisjes en babymuisjes, eieren en ook wat vruchten, plantendelen en paddenstoelen. Bij het zoeken naar voedsel gebruikt hij vooral zijn goede gehoor en scherpe neus en men kan hem dan hard horen snuffelen. Witbuikegels kunnen geluiden horen die boven onze gehoorgrens liggen (ultrasone geluiden). Ze maken zelf ook diverse geluiden om te communiceren, zoals sissen en briesen als dreiging, schreeuwen bij gevechten of pijn en fluiten door jongen die van hun moeder gescheiden zijn. Hun gezichtsvermogen is niet zo goed en ze zien vrijwel geen kleuren. Witbuikegels kunnen ook goed klimmen, graven en zelfs zwemmen en ze kunnen veel sneller rennen dan men zou verwachten.

De witbuikegel wordt in het wild onder andere bejaagd door de oehoe, de hyena en de jakhals. Bij gevaar rolt de witbuikegel zich op tot een stekelige bal. Daarbij kan hij ook sissende en klikkende geluiden maken en een klein stukje omhoog springen om vijanden af te schrikken. Hij kan ook alleen de stekels op zijn voorhoofd naar voren trekken ter bescherming, bijvoorbeeld als hij op zijn hoede is, vecht met een andere egel of als hij een prooidier zoals een slang wil aanvallen.

Net als andere egels hebben witbuikegels de opvallende gewoonte om zichzelf in te smeren met dik, schuimig speeksel. Dit doen ze als ze vreemde of indringende geuren of vreemde objecten tegenkomen. Meestal likken ze eerst aan de vreemde stof of kauwen erop en beginnen dan veel speeksel te produceren dat ze over hun stekels verspreiden. Het is niet duidelijk waar dit bespeekselen (‘anting’ of ‘anointing’ genoemd) voor dient. Het is mogelijk dat ze hun eigen geur willen camoufleren. Ook zou het kunnen dat de egel eventuele gifstoffen die op of in het geurende object zitten op deze manier over zichzelf uitsmeert om zich extra te beschermen tegen roofdieren.

Witbuikegels zijn ingesteld op een warm klimaat. In de koele periode van juni tot september (wanneer het in hun leefgebied winter is) gaan de egels bij lage temperaturen wel in winterrust, waarbij ze in warmere perioden tussendoor weer actief worden. Ook als het in de zomer erg heet wordt, gaan ze soms in ‘zomerrust’. In gevangenschap is dat niet nodig omdat men daar de omgeving op een optimale temperatuur kan houden.

Huisvesting

Omdat de witbuikegel van nature een solitair dier is, kunt u hem het beste in zijn eentje huisvesten. Het is in elk geval af te raden om meerdere mannen bij elkaar te houden, omdat ze vrijwel altijd zullen gaan vechten. Soms lukt het om twee of meer vrouwtjes bij elkaar te houden die van jongs af aan samen opgroeien, maar ook zij kunnen ruzie krijgen als ze geslachtsrijp worden en het gedwongen samenleven kan voor stress zorgen. Een man en een vrouw die bij elkaar worden gehouden zullen zich gaan voortplanten en ook dan moeten ze voor de geboorte van de jongen gescheiden worden omdat de man anders de jongen zal opeten. Het is daarom in de meeste gevallen beter en natuurlijker om voor één dier per verblijf te kiezen, dat is prettiger voor het dier. Wilt u toch twee egels samen huisvesten dan heeft u een groter verblijf nodig en van alles tenminste twee stuks (schuilhokjes, loopwielen, voer- en drinkbakjes en dergelijke). Blijf bovendien altijd opletten of de dieren wel goed met elkaar omgaan en scheidt ze alsnog wanneer ze toch blijken te gaan vechten.

Hoewel de witbuikegel niet groot is, heeft hij vrij veel ruimte nodig omdat deze dieren in het wild grote afstanden afleggen. Voor één witbuikegel is een verblijf van tenminste 150 x 50 centimeter aan te raden. Daarin kunt u eventueel nog een gedeeltelijke etage maken om het loopoppervlak uit te breiden. U moet de etage dan wel aan de zijkanten afsluiten en ook de loopplank ernaartoe beveiligen zodat de egel er niet af kan vallen, want witbuikegels kunnen slecht diepte schatten. De vloer van zowel bodem als etage mag niet van tralies zijn, omdat de egel daar zijn poten mee kan bezeren of zelfs breken. Hoe groter het verblijf, hoe meer mogelijkheden u heeft om het voor de egel interessant in te richten.

Er zijn diverse typen verblijven denkbaar om de egel te huisvesten. U kunt bijvoorbeeld een traliekooi, aquarium of terrarium gebruiken of zelf een verblijf maken. Belangrijk is dat de wanden glad zijn en hoog genoeg om te voorkomen dat de egel gaat klimmen en ontsnapt. Let bij tralies op dat de onderbak hoog genoeg is en dat de egel niet langs de tralies kan klimmen, omdat hij zich dan kan bezeren. Verticale tralies zijn daarom het beste. Het materiaal waarvan de kooi gemaakt is moet goed schoon te houden zijn. Daarnaast moet de kooi ook goed geventileerd worden, maar zonder dat tocht ontstaat.

Doordat witbuikegels afkomstig zijn uit Afrika hebben ze een vrij hoge omgevingstemperatuur nodig. Overdag moet deze tussen 24 en 27 graden liggen, ’s nachts mag de temperatuur wat zakken naar ongeveer 20 graden. Zorg dat het verblijf altijd warmer dan 18 graden is, want onder die temperatuur kan de witbuikegel in winterslaap gaan. Een winterslaap is in gevangenschap niet aan te raden want dit vergt veel van zijn conditie. Zijn weerstand zal dan afnemen waardoor hij vatbaar wordt voor infecties.

Let op: een te hoge temperatuur is ook niet goed! Boven 30 graden kan de egel oververhit raken. Zet het verblijf niet in de directe zon want op warme dagen kan de temperatuur op deze plekken snel te hoog oplopen.

Het verblijf kan verwarmd worden met behulp van een warmtelamp. Kies er één die geen licht geeft zodat het dag-nachtritme niet verstoord wordt, zoals een keramische warmtelamp. Hang de lamp niet te dicht bij de bodem en niet boven het slaaphuisje. Bij een lange kooi kan het handiger zijn om twee lampen te gebruiken om de warmte gelijkmatig te verdelen. Er wordt ook wel gebruik gemaakt van een warmtematje onder een deel van het verblijf (dus aan de buitenkant), maar dat is niet ideaal omdat de bodem weliswaar warmer wordt, maar de luchttemperatuur meestal achterblijft terwijl deze juist van belang is. Controleer de temperatuur in het verblijf en gebruik een thermostaat om de warmte constant te houden. Let op de veiligheid, houd brandbare materialen buiten bereik van de verwarming en zorg ervoor dat de egel niet bij de warmtebron of bij het snoer kan komen. Bij een open verblijf is het ook mogelijk de hele ruimte te verwarmen.

Witbuikegels kunnen niet tegen een te vochtig klimaat. Een luchtvochtigheid tussen 40 en 50% is het beste. Zorg altijd voor voldoende ventilatie en verwijder vochtige plekken in de bodembedekking om te voorkomen dat de luchtvochtigheid te ver oploopt.

Zorg dat de egel een regelmatige cyclus van ongeveer 12 tot 14 uur licht en ongeveer 12 tot 10 uur donker heeft. Ook bij een te korte of afnemende lichtperiode kan hij namelijk in winterslaap gaan. Dat betekent dat u moet bijverlichten in de winter of juist het verblijf moet afschermen in de zomer. Gebruik een lampje op een tijdschakelaar zodat de witbuikegel tijdens de lichturen ook daadwerkelijk voldoende licht heeft en zijn ritme behouden wordt. Neem echter geen te felle lamp want dat vindt de egel niet prettig.

Als bodembedekking zijn er verschillende mogelijkheden. Belangrijk is dat het materiaal goed absorbeert, voldoende zacht is en niet sterk ruikt, stoffig is of klontert.

Een op maat gemaakt kleed van fleece, corduroy of flanel is zacht en blijft niet in de stekels van de egel hangen. Wel moet u dit zeer regelmatig vervangen en goed wassen met een neutraal, niet sterk geurend wasmiddel of met azijn. Leg eventueel kranten onder het kleed voor extra absorptie. Gebruik in elk geval nooit stof waar draden afkomen want deze kunnen zich om de pootjes wikkelen en deze afknellen, wat zelfs tot afsterven van de poot kan leiden. Ook handdoeken en andere badstof materialen zijn ongeschikt omdat de dieren in de lusjes blijven hangen met hun nagels en er dan bovendien draden ontstaan. Een andere mogelijkheid is een bodembedekking van ongeparfumeerde papier- of houtpellets. Deze nemen vrij goed vocht op en zijn meestal niet stoffig. Een voordeel is ook dat de egel hierin kan graven. Let echter wel op dat de egel er niet van eet omdat dat verstoppingen van het maagdarmkanaal kan veroorzaken. Kartonsnippers, beukensnippers of strooisel op cellulose-basis kunnen ook gebruikt worden. Zaagsel is wat minder geschikt: het is vaak stoffig en blijft erg aan de egel hangen. Gebruikt u zaagsel, kies dan voor zaagsel van loofhout (populier), liever geen naaldhout, en gebruik geen zaagsel waar bijvoorbeeld citroengeur aan is toegevoegd of dat van zichzelf sterk geurt zoals ceder. Bij alle losse soorten strooisel moet men opletten dat er geen deeltjes aan de geslachtsorganen blijven plakken.

In het verblijf moet in elk geval een schuil- en slaaphuisje staan (minimaal één per dier). In de natuur gebruiken witbuikegels vaak verschillende rustplekken dus als het verblijf genoeg ruimte biedt, is het goed om meerdere schuilplekken aan te bieden. Zorg voor huisjes die goed schoon te maken zijn en waarin de egel niet vast kan komen te zitten. Een schuilhuisje moet groot genoeg zijn om in te bewegen maar ook weer niet te groot omdat het dan geen geborgenheid biedt. Mogelijke schuilplaatsen zijn plastic huisjes voor knaagdieren, kartonnen dozen (die u dan regelmatig moet vervangen), bloempotten of eventueel een PVC buis met liefst een bocht erin die aan één kant dichtgemaakt is. In het huisje kunnen papieren tissues, reepjes fleece en wat stro dienst doen als nestmateriaal. Ook een ‘slaapzak’ of ‘snugglezak’ van stof waarin de egel kan wegkruipen wordt veel gebruikt als aanvullend slaapplekje. Pas dan wel op dat de gebruikte stof geen draden of halen loslaat!

Omdat witbuikegels in de natuur grote afstanden afleggen, is een looprad zeer aan te raden. Zo kan de egel ook 's nachts, als hij actief is, voldoende bewegen. Dat is belangrijk voor zijn conditie en om te voorkomen dat de egel te dik wordt. Kies een rad met een gesloten loopvlak en één dichte zijde, dat stabiel staat of kan worden vastgemaakt aan de zijkant van de kooi. Let erop dat er geen spaken zijn waartussen de egel bekneld kan raken of een middengeul waarin de nagels vast kunnen komen te zitten. De diameter moet tenminste 30 centimeter zijn zodat de egel niet krom loopt. De witbuikegel laat vaak zijn urine en ontlasting lopen terwijl hij in het rad loopt, dus het materiaal waarvan het rad gemaakt is moet goed schoon te maken zijn. Het kan voorkomen dat witbuikegels continu in hun rad blijven lopen en zichzelf uitputten; in dat geval is het te overwegen het rad slechts tijdelijk in het verblijf te plaatsen en tussendoor steeds te verwijderen.

Witbuikegels gebruiken vaak een bepaalde hoek van het verblijf als toilethoek (behalve als ze in het rad lopen). Soms is het mogelijk hen aan te leren daarvoor een toilet-bakje te gebruiken. Zet het in de hoek die de egel zelf kiest en doe steeds de ontlasting erin. Gebruik absorberend, niet klonterend strooisel. Omdat de egels hun ontlasting en urine laten lopen tijdens het rennen kan het ook goed werken om het rad in een toiletbak te zetten zodat een gedeelte wordt opgevangen.

Gebruik stevige, lage voerbakjes en drinkbakjes en zet deze zo dat ze niet snel volgegooid worden met bodemmateriaal of omgegooid worden. Een drinkflesje kan eventueel ook, maar let wel op of de egel er goed uit drinkt. Bied dus in eerste instantie ook een waterbakje aan tot u zeker weet dat de egel het flesje kan gebruiken. Hang een flesje op een hoogte waar de egel gemakkelijk bij kan zonder omhoog te hoeven reiken. Het komt voor dat witbuikegels hun tanden beschadigen bij gebruik van een flesje als deze tussen het balletje en het tuitje komen, en ook snijwondjes in de tong worden wel eens gezien. Een goed geplaatst, zwaar drinkbakje heeft daarom de voorkeur.

Andere inrichting van het hok kan bestaan uit een stenen tegel die de nagels helpt afslijten en speelgoed zoals pingpongballetjes, tunnels en opengeknipte wc-rolletjes om het dier te stimuleren om zijn omgeving te onderzoeken. Houd er bij alle materialen in het egelverblijf rekening mee dat de witbuikegel erg gevoelig is voor geuren en vermijd sterk ruikend materiaal.

Het is aan te raden om de witbuikegel ook buiten zijn hok te laten rondlopen. Een speelplek in de vorm van een veilige ren met speelgoed en schuilhuisjes kan daarvoor dienst doen. Kies wel een tijdstip waarop de egel van nature wakker en actief is. Let op dat de egel er niet uit kan klimmen of onderdoor kan kruipen, want egels kunnen snel ontsnappen. Laat hem nooit zomaar los in de kamer lopen zonder continu toezicht, want de witbuikegel past in kleine hoekjes en gaatjes. Zet eventueel een veilig deel van de kamer af waar hij kan rondlopen.

Kies de juiste plek voor het egelverblijf. Zet het niet in de zon of op de tocht. Witbuikegels zijn gevoelig voor geluiden en horen ook ultrasone geluiden, dus zet het verblijf niet in de buurt van apparaten die herrie of hoge tonen veroorzaken zoals radio en televisie, stofzuiger of keukenapparaten. Gebruik geen sterke geuren in de buurt van het verblijf zoals geurkaarsen of omgevingssprays. Zet het verblijf uit de buurt en het bereik van eventuele andere huisdieren, want de egel kan bang van hen (en hun geur) zijn. Houd er rekening mee dat het verblijf verduisterd moet kunnen worden in de zomer als de dagen lang zijn. Zet het verblijf niet in de slaapkamer want de witbuikegel is ’s nachts actief en houdt u dan uit uw slaap.

Verzorgen en hanteren

De witbuikegel kan vrij tam worden als hij van jongs af aan dagelijks gehanteerd wordt. Een nieuwe egel moet vaak wel eerst wennen aan het hanteren. Dat kunt u doen door hem dagelijks even op schoot te laten slapen onder een dekentje, zachtjes tegen hem te praten en door hem regelmatig iets lekkers te geven. Eventueel kunt u een gedragen t-shirt of ander kledingstuk in zijn verblijf leggen zodat hij aan uw geur kan wennen. Het helpt om een dagelijkse routine op te bouwen zodat de egel weet wat hij kan verwachten.

Om de witbuikegel tam te houden is het belangrijk dat hij elke dag gehanteerd wordt en aandacht krijgt. Sommige egels vinden het leuk om op schoot te zitten, andere lopen liever rond. Een egel die bang is en met rust gelaten wil worden zal zich oprollen en kan sissen of klikkende geluiden maken. In dat geval kunt u het dier het beste met rust laten en rustig wachten tot hij zichzelf weer uitrolt.

Witbuikegels bijten zelden, behalve soms als ze bang zijn of als uw hand naar voer of iets sterks ruikt. Ze zullen in dat laatste geval dan vaak eerst aan de hand likken. In het algemeen is de beet van een witbuikegel slechts oppervlakkig en niet heel pijnlijk.

Bij het hanteren van een witbuikegel kunt u beter geen handschoenen gebruiken en zeker geen leren handschoenen. De geur daarvan kan de egel bang maken. Bovendien is het goed als de egel aan uw eigen geur went. In het begin kunt u de egel oppakken met een dekentje als u bang bent voor de stekels. Was voor het oppakken uw handen met steeds dezelfde neutrale, liefst geurloze zeep zodat eventuele andere geuren de egel niet afschrikken en de egel u herkent. Pak de egel niet ineens van bovenaf want dat is bedreigend en kan ertoe leiden dat de egel u bijt.

Schep de egel voorzichtig op door aan elke zijkant een hand onder hem te schuiven. Houd daarbij de neus van de egel van u af. Als de egel nog moet wennen of u nog niet geoefend bent, houd hem dan laag boven de grond of boven een bank zodat hij niet hard kan vallen. Rolt de egel zich op, wacht dan rustig af tot hij zich weer durft uit te rollen en zet hem eventueel op uw schoot onder een dekentje. Draag de egel dicht bij uw lichaam zodat hij minder snel valt.

Als de egel zich heeft opgerold kan het soms helpen om hem van kop naar staart of eventueel in cirkelvormige bewegingen te aaien. Zet hem niet in water om hem te laten uitrollen, want dan kan hij in paniek raken en water inademen. Geduldig wachten is het beste.

De nagels van de witbuikegel moeten af en toe geknipt worden. Dat is vaak niet eenvoudig. Laat het liefst eerst eens voordoen door iemand met ervaring, zoals de fokker of de dierenarts. Zorg eerst dat de voeten schoon zijn. Knip voorzichtig, niet te ver en eventueel elke keer de nagels van één voetje. Gebruik een klein schaartje, zoals een nagelschaartje voor baby’s, zodat u goed ziet wat u doet. Met twee personen lukt het vaak beter, waarbij één persoon de egel vasthoudt en de ander knipt. Om te voorkomen dat de egel zich oprolt, kunt u hem eventueel in een badje met een klein laagje water zetten (zolang hij nog uitgerold is!) en daar de nageltjes knippen. Ook kan het werken om de egel op gaas te zetten waar zijn nagels of, bij een grover traliewerk, zijn hele pootjes doorheen steken maar wees daarbij wel voorzichtig dat hij niet klem komt te zitten of in paniek raakt en zich verwondt. Lukt het niet, laat het dan bij de dierenarts doen.

Omdat de witbuikegel zijn looprad bevuilt, krijgt hij ook vieze voeten. Ook kan hij door het bespeekselen soms vies worden. Het is daarom nodig regelmatig de pootjes en soms de hele egel te wassen. Dat kunt u doen door een teiltje met een klein laagje lauwwarm water te maken en de pootjes daarin te laten weken. Een handdoek op de bodem kan helpen zodat hij bij het rondwandelen zelf zijn pootjes veegt. Zijn alleen de zooltjes wat vies, dan kan het voldoende zijn om de egel over een vochtige handdoek of nat keukenpapier heen en weer te laten wandelen en met een vochtige tissue voorzichtig wat te poetsen.

Als het nodig is om de hele egel in bad te doen dan mag er iets meer water in het teiltje, maar hij moet er makkelijk in kunnen staan en niet met zijn neus in het water hangen. Tweeëneenhalve centimeter is in het algemeen voldoende. Eventueel kunt u shampoo voor kittens gebruiken. Schep met uw hand wat water over de rug, en zorg dat er geen water in de ogen en neus komt. Een zachte tandenborstel is handig om de stekels te borstelen. Spoel shampoo altijd goed weg en maak de egel na afloop van het wassen zo goed mogelijk droog. Dat kan met een handdoek of, als de egel dat toelaat, met een föhn op een lage stand. Controleer dan steeds met uw hand of het niet te warm wordt. Laat de egel nadrogen door hem in een handdoek op schoot te nemen. Zet hem nooit nat terug in zijn verblijf want dan kan hij kou vatten!

Het is verstandig de witbuikegel wekelijks te wegen. Een duidelijke afname of toename van gewicht kan duiden op gezondheidsproblemen. Weeg liefst steeds op hetzelfde tijdstip van de dag.

Laat de egel dagelijks even rondlopen in een ren of andere veilige omgeving. Wissel regelmatig het speelgoed af zodat de witbuikegel iets nieuws te ontdekken heeft, zowel in de ren als in zijn hok.

Het is belangrijk om het verblijf van de witbuikegel goed schoon te houden. Haal dagelijks ontlasting weg, verschoon de toilethoek en maak het looprad schoon. Maak minimaal eens per week het hele verblijf schoon, inclusief de inrichting. Gebruikt u een bodem van textiel, verwissel deze dan meerdere malen per week.

Ververs dagelijks het water en maak eet- en drinkbakjes schoon. Gebruikt u een drinkflesje, spoel dit dan goed uit met warm water en vergeet niet de drinknippel schoon te maken.

Gebruik bij het schoonmaken van het hok geen sterk ruikende middelen en spoel het goed na, want sterke geuren kunnen de egel irriteren en bovendien is de kans groot dat hij er aan gaat likken om daarna te gaan speekselen, waarbij hij restjes schoonmaakmiddel binnen kan krijgen. Azijn, eventueel gemengd met water, of neutraal ruikend afwasmiddel zijn goed bruikbaar.

Was uw handen als u de egel gehanteerd heeft of het verblijf heeft schoongemaakt. Egels kunnen soms Salmonella bij zich dragen, wat bij de mens darmklachten kan veroorzaken. Sommige mensen reageren overgevoelig als ze in aanraking komen met de stekels van de witbuikegel. Dit lijkt meer voor te komen bij mensen met een allergie voor katten.

Voeding

De witbuikegel hoort weliswaar bij de insecteneters, maar is een omnivoor. Hij eet vooral dierlijke voeding waaronder veel insecten maar ook slakken, wormen en kleine gewervelde dieren. Daarnaast eet hij ook wat vruchten, plantendelen en paddenstoelen. Hij heeft een apart gebit waarvan de middelste twee snijtanden in de bovenkaak ver uit elkaar staan en de middelste twee snijtanden van de onderkaak daar tussenin staan. Waarschijnlijk kan hij met deze tang-achtige constructie goed insecten vastpakken.

Voor de witbuikegel in gevangenschap bestaat nog geen speciaal uitgebalanceerd voer en het is niet precies bekend wat daarin zou moeten zitten. Er is wel egelvoer te koop, maar dit is gemaakt voor de in het wild levende Europese egel en heeft mogelijk niet de juiste samenstelling voor de witbuikegel. Er zitten vaak veel vetten en granen en ook suiker in. Daarom kan als alternatief gebruik gemaakt worden van droge kattenbrokjes (niet op visbasis) en/of een klein formaat hondenbrokjes, beide van goede kwaliteit. Deze brokjes dienen als basis van een gevarieerd dieet: een richtlijn is om circa 50% van het totale dieet uit deze brokjes te laten bestaan. Maak het aandeel brokjes in het dieet niet te groot want er zijn aanwijzingen dat een overmaat aan kattenbrokjes tot blaasstenen kan leiden. De brokjes moeten liefst niet groter dan een erwt zijn, omdat de egel ze anders niet goed kan eten. Ook mogen ze niet al te hard zijn omdat de egel stompe tanden heeft en ze dan niet goed kan kauwen. Om te voorkomen dat de egel te dik wordt kan men voor light brokjes of brokjes voor minder actieve katten of honden kiezen. Als richtlijn voor de samenstelling van de brokjes kan men 22 tot 35% eiwitten, maximaal 15% vetten en minimaal 2% vezels op basis van droge stof aanhouden.

Een voordeel van droge brokjes is dat ze helpen om het gebit van de witbuikegel schoon te houden. Dit is belangrijk want witbuikegels hebben snel last van tandplak en tandsteen.

Vul het dieet van brokjes aan met wat insecten. Deze zorgen voor voldoende vezels (chitinevezels uit de harde delen van de insecten), voor de variatie en bovendien helpen ze om het gebit te verzorgen. Gebruik bij voorkeur insecten die gekweekt zijn om te voeren, geen insecten die zelf gevangen zijn omdat die insecticiden of parasieten kunnen bevatten.

Mogelijke insecten die gegeven kunnen worden zijn waswormen, moriowormen, meelwormen, krekels en kleine sprinkhanen. Geef van meelwormen, moriowormen en waswormen niet teveel want die zijn erg vet en dan wordt de egel snel te dik. Insecten kunnen levend gevoerd worden of men kan diepgevroren (natuurlijk eerst ontdooide) of gevriesdroogde insecten gebruiken. Zorg er bij levende insecten voor dat ze eerst goed gevoerd zijn zodat ze een hogere voedingswaarde hebben. Dit noemt men ‘gut-loading’.

Ook ander vers voer kan gegeven worden als aanvulling of extraatje, zoals een stukje hardgekookt ei, stukjes ongekruid gekookt vlees zoals kip of kalkoen, dode nestmuisjes (pinkies) en vochtige vleesvoeding voor de hond of kat.

Daarnaast kan men wat egelvoer geven. Als daar stukjes noten of pinda’s inzitten is het beter deze te verwijderen omdat ze erg energierijk zijn en de egel er snel dik van wordt.

Als plantaardige voeding kan een klein beetje fruit en wat groente worden gegeven. Niet elke egel zal alle soorten fruit en groente lekker vinden. Mogelijke soorten die gegeven kunnen worden zijn banaan, appel, aardbei, wortel, zoete aardappel, broccoli, pompoen en bladgroenten. Geef geen citrusvruchten, ananas, druiven en ui-achtigen zoals ui en prei. Geef fruit en groente in kleine stukjes.

Geef geen noten, gedroogd fruit, granen en pinda’s. Ze kunnen vast komen te zitten in de bek, de egel kan zich er in verslikken en bovendien kunnen pinda’s ook schimmels bevatten die giftige stoffen (aflatoxinen) afgeven die de lever aan kunnen tasten. Ook melkproducten zijn ongeschikt want egels kunnen lactose niet afbreken en krijgen dan diarree. Daarnaast dient ook suikerhoudend voedsel vermeden te worden omdat dat slecht is voor het gebit en het risico op vetzucht vergroot.

Geef het voer verdeeld over tenminste twee maaltijden, waarbij dan de grootste maaltijd aan het begin van de avond wordt gegeven en de rest vroeg in de ochtend. Haal voedselrestjes weg zodat ze niet bederven. Voer niet teveel: de witbuikegel is maar klein! Eén tot twee eetlepels brokjes per dag is voor de meeste egels voldoende, met daarbij ongeveer een theelepel groenvoer, een theelepel of enkele insecten en een theelepel overig vers voer. Weeg de egel wekelijks zodat u kunt zien of hij niet teveel of juist te weinig voer krijgt. Groeiende, verzwakte of drachtige dieren hebben wat meer voer nodig.

Vers water moet altijd aanwezig zijn.

Voortplanting

Het verschil tussen mannetjes en vrouwtjes is bij de witbuikegel vrij duidelijk te zien. Bij mannetjes zit het geslachtsorgaan midden op de onderbuik, teruggetrokken in een soort navelvormige uitstulping. Bij vrouwtjes zit de geslachtsopening dicht bij de anus. Mannelijke witbuikegels hebben geen balzak, de testikels liggen inwendig onder de huid. Beide geslachten hebben twee tot vijf paar tepels, waarvan twee paar op de borst en drie paar op de buik.

Egelvrouwtjes hebben waarschijnlijk geen doorlopende cyclus als er geen mannetje in de buurt is, maar produceren eicellen na de paring. Om twee egels te laten paren kan men het beste het vrouwtje een week in het hok van het mannetje zetten. Mannetjes maken een soort fluitend geluid naar de vrouwtjes. In eerste instantie loopt het vrouwtje vaak sissend en briesend weg en lijken ze ruzie te hebben. Blijf er dus bij om te voorkomen dat ze elkaar verwonden. De paring verloopt vrij luidruchtig met veel gepiep.

Haal de dieren na de paring en in elk geval voor de geboorte van de jongen weer uit elkaar, want ze kunnen gaan vechten en het mannetje kan de jongen opeten. Houdt u meerdere vrouwtjes bij elkaar, haal dan de overige vrouwtjes ruim voor de geboorte bij het zwangere vrouwtje weg want ook andere vrouwtjes kunnen de jongen opeten. Zorg bovendien voor een veilige nestplaats waar ze zich kan terugtrekken. Laat moeder en jongen de eerste drie weken zoveel mogelijk met rust en maak alleen de vieze plekjes in het hok schoon. Bij stress of verstoring kan de moeder haar eigen jongen opeten. Kannibalisme lijkt meer voor te komen bij inteelt, en ook bij vrouwtjes die eenmaal hun jongen hebben opgegeten lijkt de kans groter dat ze dat bij volgende nesten weer doen.

De draagtijd is gemiddeld 34 tot 37 dagen. Er worden meestal zo’n drie tot zes jongen geboren. Deze wegen ongeveer 10 gram en zijn 2 tot 2,5 centimeter groot. Ze zijn kaal en blind. De nog zachte, witte stekeltjes zitten onder de huid die dik is van vocht zodat de moeder tijdens de geboorte beschermd wordt. Binnen twee uur na de geboorte begint de huid te slinken en komen de stekels aan de oppervlakte, waar ze uitharden. In de eerste dagen krijgen de jongen meer en donkerdere stekels en pigment in de huid. Na twee tot drie weken gaan de ogen open en beginnen de jongen rond te lopen buiten het nest en na drie weken komen de melktanden door. De jongen kunnen dan wat vast voedsel eten.

Na vijf tot zes weken zijn de jongen zelfstandig. Het is verstandig de mannelijke jongen op een leeftijd van zes tot zeven weken te scheiden van hun moeder en zusjes omdat ze vanaf zo’n acht weken en soms eerder al vruchtbaar kunnen zijn. Rond zeven tot negen weken begint het wisselen van de melktanden voor het permanente gebit. Vanaf een week of tien moeten de mannetjes ook van elkaar worden gescheiden om vechten te voorkomen.

Hoewel de dieren al vanaf een maand of twee vruchtbaar kunnen zijn, is het beter te wachten met fokken tot de dieren uitgegroeid zijn en het vrouwtje tenminste zo’n zeven maanden (en maximaal tweeëneenhalf jaar) oud is. Vrouwtjes die nog niet eerder jongen hebben gehad kunnen na zo’n anderhalf tot twee jaar beter niet meer paren omdat er aanwijzingen zijn dat de bekkenhelften dan steviger aan elkaar groeien, waardoor er geboorteproblemen kunnen ontstaan.

Ziekten en aandoeningen

Een gezonde witbuikegel heeft schone, heldere ogen en een iets vochtige, maar niet natte neus. De oren zijn schoon, het dier heeft een rustige en regelmatige ademhaling en er zitten geen korstjes, rode of kale plekken tussen de vacht en stekels. De tanden zijn wit en het tandvlees is egaal roze. De ontlasting is bruin-zwart, varieert van vrij zacht tot stevig en is iets vochtig. De egel is actief en nieuwsgierig in de avonduren, rolt zich bij schrik op en drinkt en eet goed. Als het dier loopt, heft hij zijn buik duidelijk van de grond en beweegt hij zich stabiel en doelgericht, niet wankelend of zwalkend. De normale lichaamstemperatuur van de witbuikegel is relatief laag, rectaal (in de anus) gemeten ligt deze tussen 35 en 37 graden Celcius.

De witbuikegel is een prooidier en zal daarom zo lang mogelijk verbergen dat hij zich niet goed voelt. Signalen dat er iets aan de hand is met uw witbuikegel zijn onder andere diarree of andere afwijkende ontlasting, overgeven, niezen, hoorbaar of moeilijk ademen, moeilijk of vreemd bewegen, omvallen, moeilijk of slecht eten, kwijlen, zich niet goed kunnen oprollen, krabben, kale plekken, wondjes en korstjes, veel uitvallende haren of stekels, afvallen of juist aankomen, bloedverlies en verlammingen.

De witbuikegel ‘verstekelt’ als hij ongeveer zes weken en als hij acht tot twaalf weken oud is, er vallen dan veel stekels uit waar nieuwe voor in de plaats komen. De egel kan dan knorrig zijn omdat hij daar last van heeft. Raak de stekels zo min mogelijk aan. Op een leeftijd tussen zes maanden en een jaar wisselt de egel meestal nogmaals zijn stekels. Vanaf de leeftijd van een jaar heeft de egel zijn volwassen stekels. Buiten het ‘verstekelen’ om heeft de egel hooguit enkele losse stekels. Als er dan kale plekken ontstaan door het verlies van stekels dan kan dit duiden op een huidaandoening zoals mijt of een schimmel.

Mijt komt regelmatig voor bij witbuikegels. Behalve uitvallende stekels ziet men dan een droge, schilferige huid en soms ook witte of bruine korstjes op de huid en wondjes aan de oren. De egel kan zich krabben of schuren, maar soms lijkt hij er weinig last van te hebben. Met behulp van een microscoop kan een dierenarts nagaan of het inderdaad om mijten gaat. Het is belangrijk een mijtinfectie te laten behandelen. Doe dat in overleg met de dierenarts en ga niet zelf dokteren, want de egel is gevoelig voor het overdoseren van bepaalde medicijnen. Behandel ook de omgeving om herbesmetting te voorkomen: gooi bodembedekking weg, ontsmet de inrichting van het verblijf, was kleedjes zo heet mogelijk of vervang ze en gebruik tijdelijk papier als bodembedekking die u dagelijks kunt weggooien. Het kan ook nodig zijn om eventuele andere huisdieren mee te behandelen, overleg dat met uw dierenarts.

Ook huidschimmels komen wel eens voor. Deze zijn te herkennen aan kale plekken met korstjes, vaak in het gezicht en rondom de stekels. Een schimmelinfectie is besmettelijk en kan ook op de mens worden overgedragen (het is een zoönose). Het veroorzaakt dan ronde plekken met een verdikte, geïrriteerde huid die zich cirkelvormig kunnen uitbreiden en daarom ‘ringworm’ genoemd worden.

Andere huidproblemen zijn ontstekingen door een vieze bodembedekking of een droge, schilferige huid door teveel baden, verkeerde voeding, sterk uitdrogende bodembedekking of een erg droge omgevingslucht.

Witbuikegels kunnen wormen hebben. Deze kunnen onder andere worden overgedragen door insecten en slakken. Het wordt daarom aangeraden om regelmatig de ontlasting van de witbuikegel te laten onderzoeken en indien nodig de egel te ontwormen. Doe dat in elk geval bij een nieuw aangeschafte egel en overleg met de dierenarts hoe vaak een controle nodig is.

Witbuikegels zijn gevoelig voor het ontwikkelen van tandsteen, dat op zijn beurt weer tandvleesontstekingen kan veroorzaken. Droge brokjes en insectendelen helpen om de tanden schoon te houden. Te harde voedselbestanddelen of te grote brokjes kunnen echter slijtage aan de tanden geven. Problemen met het gebit zorgen voor moeilijk eten, slechte adem, rood tandvlees, kwijlen en afvallen. Probeer regelmatig de voortandjes en het tandvlees te bekijken, de rest kunt u zelf lastig zien. Laat het gebit jaarlijks door de dierenarts nakijken en, indien nodig, onder narcose schoonmaken.

De witbuikegel kan last krijgen van urineweginfecties zoals blaasstenen en blaasontsteking. Dit kan te maken hebben met het voer, er lijkt een verband te zijn met het overmatig voeren van kattenbrokjes. De egel heeft dan moeite met plassen, kan veel kleine plasjes doen en er kan bloed in de urine zitten. Soms is hij sloom en wil niet goed eten. Ook nieraandoeningen komen voor, zoals chronische nierziekte bij oudere egels. Bij nierproblemen drinkt en plast de egel veel, is hij sloom, verliest hij gewicht en kan hij uitdrogen.

Luchtweginfecties zoals verkoudheid geven symptomen als niezen, een natte neus met snot en hoorbaar of moeilijk ademen. Dit kan onder andere komen door tocht, een verkeerde temperatuur, teveel stof in de bodembedekking of het inademen van water tijdens het baden. Bacteriën zoals Pasteurella en Bordetella kunnen luchtweginfecties veroorzaken en ook stress en verkeerde voeding kunnen ademproblemen tot gevolg hebben. Tijdige behandeling is nodig om te zorgen dat er geen longontsteking ontstaat.

Hartaandoeningen worden vooral gezien bij oudere witbuikegels. Ze worden dan sloom, mager en kortademig, kunnen bleke of blauwe slijmvliezen hebben en slechte eetlust hebben. Bovendien kan de dierenarts soms een hartruis horen bij het beluisteren van het hart.

Witbuikegels die te vet voedsel krijgen of te weinig beweging hebben, worden snel te dik. Dit is slecht voor de gezondheid. Overgewicht is te zien doordat de egel vetophopingen krijgt in zijn oksels, bij zijn buik en op zijn dijen en schouders en soms kan hij zich zelfs niet meer goed oprollen. Van bovenaf hoort de egel wat ovaal, maar niet te bol te zijn.

Een egel met overgewicht moet langzaam afvallen, want als dit te snel gebeurt is er risico op leververvetting. Schakel geleidelijk over op een light dieet en zorg ervoor dat de egel meer lichaamsbeweging krijgt.

Leververvetting kan ook ontstaan als de egel enkele dagen niet eet of spontaan door een teveel aan vetten in het dieet. Een egel met leververvetting is sloom, wil niet meer eten en valt af maar kan ook onverwacht overlijden.

Wil een egel langer dan 24 uur niet eten, neem dan contact op met de dierenarts. Het kan nodig zijn hem te dwangvoeren als hij niet zelf gaat eten.

Tumoren komen veel voor bij witbuikegels. Ze kunnen op allerlei plaatsen voorkomen. Veel gezien zijn tumoren van de melkklieren, baarmoeder, darmen, tumoren in de bek en lymfosarcomen (tumoren van de witte bloedcellen – enigszins te vergelijken met leukemie). Behalve zichtbare bobbels zijn andere tekenen die op een tumor kunnen wijzen gewichtsverlies, niet willen eten, sloom zijn, diarree, en bij een tumor in de bek ook losse tanden en zwelling van het mondslijmvlies. Overigens heeft elke witbuikegel midden onder zijn kin tussen de helften van de onderkaak een bobbeltje, dit is normaal.

Een specifieke zenuwaandoening die bij egels voorkomt is Wobbly Hedgehog Syndrome, WHS. Bij deze ziekte wordt de isolerende en geleidende laag om de zenuwen aangetast waardoor deze de signalen niet meer goed kunnen doorgeven. De aandoening begint vaak bij dieren jonger dan twee jaar met lichte verschijnselen als problemen met coördinatie, wankel lopen en zwakte in de achterpoten. De aandoening wordt steeds erger en de verlamming trekt verder naar voren. De egel kan omvallen, cirkelen, een scheve kop krijgen, beven, een kromming in de wervelkolom krijgen, epileptische aanvallen krijgen, moeite krijgen met slikken en agressie gaan vertonen. Uiteindelijk raakt het dier na gemiddeld zo’n 15 tot 20 maanden geheel verlamd en zal hij overlijden. Er is geen behandeling mogelijk. Door de egel bij diverse zaken te ondersteunen en zijn omgeving aan te passen is het in het begin nog mogelijk hem prettig te laten leven, maar uiteindelijk is euthanasie doorgaans het meest diervriendelijk. Waarschijnlijk is er een erfelijke basis voor WHS maar ook voeding, infecties en aandoeningen van het immuunsysteem kunnen wellicht een rol spelen.

Problemen met de tussenwervelschijven worden ook gezien en kunnen net als WHS verlammingsverschijnselen geven, maar deze treden vaak pas op latere leeftijd op. Andere aandoeningen die zenuwverschijnselen kunnen veroorzaken zijn hersentumoren en een binnenoorontsteking. Ga daarom naar een dierenarts als uw egel dergelijke symptomen vertoont, zodat de oorzaak vastgesteld kan worden.

De juiste omgevingstemperatuur is belangrijk voor de gezondheid van de witbuikegel. Bij temperaturen onder 18 graden kan hij in winterslaap gaan. Dat vermindert zijn weerstand en is dus gevaarlijk voor zijn gezondheid. Voelt de egel koud aan op zijn buik en poten, is hij sloom of blijft hij veel in zijn slaapplek, zorg er dan voor dat hij op temperatuur komt. Warm hem geleidelijk op, bijvoorbeeld door hem op schoot of op uw buik te nemen onder een warm dekentje of een kruik te gebruiken die niet te heet mag zijn. Werkt dit niet, neem dan contact op met de dierenarts. Ook als de daglengte ineens korter wordt of als de licht-donkercyclus onregelmatig is, kan de witbuikegel in winterslaap proberen te gaan. Houd de egel in de gaten als hij heeft geprobeerd in winterslaap te gaan, want vaak proberen ze het nog eens.

Omgevingstemperaturen boven 30 graden moeten ook vermeden worden. Een witbuikegel die het te warm heeft, gaat vaak plat op zijn buik liggen en zal hijgen in een poging om af te koelen. Eenmaal oververhit kan het dier gemakkelijk verzwakken, in coma raken en overlijden.

Er zijn aanwijzingen dat de witbuikegel gevoelig zou kunnen zijn voor het Herpes simplex virus dat bij de mens een koortslip veroorzaakt. Bij een besmetting met dit virus zou de egel leverbeschadiging kunnen oplopen. Het is het aan te raden om mogelijke besmetting te voorkomen door goede hygiëne in acht te nemen.

Witbuikegels zijn niet zo gemakkelijk te onderzoeken of te behandelen. Voor een uitgebreider gezondheidsonderzoek is vaak een roesje of narcose nodig. Als het nodig is de egel medicijnen te geven, dan kunt u dit proberen te mengen met wat voedsel met een zoete fruitsmaak. Ook kan het werken om het medicijn met een injectienaaldje in een meelworm te spuiten.

Neem contact op met uw dierenarts als u denkt dat er iets aan de hand is met uw witbuikegel.

Egels verbergen vaak dat ze ziek zijn en op latere leeftijd komen vaker ziektes voor die men zelf in het beginstadium niet zo gemakkelijk zal opmerken. Daarom is het aan te raden om elk jaar, en bij egels vanaf vier jaar oud elk half jaar, de gezondheid van de egel door de dierenarts te laten controleren. Er kan tijdens zo’n controle bovendien onder narcose naar het gebit gekeken worden en ook de nagels kunnen meteen geknipt worden.

Niet elke dierenarts heeft ervaring met witbuikegels. Zoek een dierenarts met verstand van witbuikegels voor er iets met uw dier aan de hand is, zodat u in zo’n geval weet waar u terecht kunt.

Benodigde ervaring

Om een witbuikegel op een verantwoorde manier te kunnen houden is geen specifieke ervaring nodig. Het is wel nodig om u vooraf goed te verdiepen in de specifieke behoeften van dit dier en na te gaan of u deze kunt realiseren. Houd er rekening mee dat witbuikegels ’s nachts en in de schemering actief zijn. Voor kleine kinderen zijn ze daarom niet geschikt.

Aanschaf en kosten

Let er bij het aanschaffen van een witbuikegel op dat het dier gezond en alert is. Let op zaken als schone ogen, neus, oren, huid, vacht en anus. De egel moet een goede lichaamsconditie hebben, dus niet te dik of juist te dun zijn. Hij moet zich goed kunnen oprollen en zich soepel kunnen voortbewegen. Controleer of de nagels niet te lang zijn en of de pootjes geen wondjes hebben. Het is prettig als de egel al goed aan hanteren gewend is en nieuwsgierig is. Koop liever geen egel die weigert zich uit te rollen of die bijt en sist, zeker als u geen ervaring met deze dieren heeft. Mannetjes en vrouwtjes moeten bij de verkoper gescheiden zitten om ongewenste nestjes te voorkomen. Natuurlijk moeten het verblijf en de omgeving goed schoon zijn.

Kies een adres waar men u veel over het dier kan vertellen en bezoek liefst meerdere adressen zodat u de dieren kunt vergelijken. Vraag of u wat voer mee kunt krijgen zodat u de egel de eerste tijd het voer kan geven waaraan hij gewend was om vervolgens eventueel langzaam over te schakelen op ander voer.

Een witbuikegel kunt u aanschaffen bij een fokker (ook wel ‘hedgery’ genoemd) en af en toe zijn ze verkrijgbaar in de dierenspeciaalzaak. Soms zijn ze ook via een opvang of vereniging te koop. De prijs van een jonge witbuikegel ligt gemiddeld tussen 65 en 125 euro maar duurder kan ook, afhankelijk van de zeldzaamheid van de kleurslag.

Voor een geschikt egelverblijf, warmtelamp(en), verlichting en inrichting bent u tenminste 150 euro en vaak meer kwijt, afhankelijk van de keuzes die u daarin maakt. Investeer in een goed verblijf zodat de egel zich er prettig voelt en voldoende kan bewegen, want dat is belangrijk voor zijn gezondheid.

Terugkerende kosten zijn die voor verwarming en verlichting, bodembedekking, voer (droogvoer, insecten, aanvullend vers voer en wat groenvoer), speelmateriaal en de jaarlijkse controle bij de dierenarts. Daarnaast kunt u voor kosten komen te staan als uw dier onverhoopt ziek wordt.

Vind andere pagina's over:
binnendier, nachtactief