Stekelmuizen

Stekelmuizen zijn interessante, kleine knagers die van oorsprong in droge, warme gebieden leven. Ze zijn niet echt tam en dus geen knuffeldieren, maar wel boeiend om naar te kijken. Een wat warmere omgeving en een dieet dat vooral niet te vet is, zijn nodig om hen gezond te houden. Stekelmuizen zijn uitgesproken groepsdieren, houd deze knaagdiertjes dus altijd met meerdere tegelijk.

Kies het juiste dier voor uw situatie: lees vóór het kopen eerst of stekelmuizen de huisdieren zijn die u zoekt.

Algemeen

De stekelmuis is een knaagdiertje dat in droge, woestijnachtige gebieden leeft in Zuidwest-Azië, in Afrika en op Kreta en Cyprus. Stekelmuizen behoren tot de familie van de muisachtigen en vormen het geslacht Acomys.

Stekelmuizen danken hun naam aan de harde, stekelige vacht op hun rug. Ze hebben vrij grote, ronde ogen en spitse neusjes. Hun vacht is op de rug oranjebruin tot grijsbruin, de buik is licht gekleurd. Onder de ogen en rond de oren is de vacht licht. Stekelmuizen zijn zo’n 7 tot 13 centimeter lang, de staart niet meegerekend.

Stekelmuizen zijn niet gedomesticeerde, snelle dieren en worden niet echt tam, ze zijn daarom alleen geschikt als kijkdier. Ze kunnen wel aan mensen wennen en zijn nieuwsgierig, maar houden niet van oppakken. Het zijn sociale dieren die in een groepje gehouden moeten worden. Van nature zijn het nacht- en schemerdieren maar ze zijn ook overdag wel actief.

Stekelmuizen worden in gevangenschap ongeveer drie tot vijf jaar oud.

Verschillende varianten

Er worden tegenwoordig 19 soorten stekelmuizen onderscheiden, hoewel over de precieze indeling van het geslacht Acomys nog onduidelijkheden bestaan. Er wordt soms gesuggereerd dat de stekelmuizen meer verwant zouden zijn aan de gerbils dan aan de echte muizen.

Twee stekelmuizen staan op de lijsten behorende bij het wetsvoorstel voor een positieflijst zoogdieren. Dit zijn de Sinaï stekelmuis (ook Palestijnse stekelmuis genoemd), Acomys dimidiatus, en de gouden stekelmuis, Acomys russatus. In dit document zullen deze twee soorten besproken worden.

De Sinaï stekelmuis komt voor in het gebied vanaf de Sinaï woestijn in Egypte tot in het zuiden van Pakistan. De soort werd vroeger gezien als een ondersoort van de Egyptische stekelmuis Acomys cahirinus. De gouden stekelmuis leeft in ongeveer hetzelfde gebied, vanaf Egypte tot in Jemen.

De Sinaï stekelmuis is ongeveer 9 tot 12 centimeter lang, zijn staart is ongeveer 10 centimeter lang. Hij weegt gemiddeld ongeveer 30 tot 60 gram. De gouden stekelmuis is net ietsje groter, hij is zo’n 10 tot 13 centimeter lang en weegt ook ongeveer 10 gram meer.

Van de Sinaï stekelmuizen bestaan naast de wildkleur (agouti) ook de kleurslagen ‘cream’ (crèmekleurig) en ‘white spot’ (met een wit vlekje op het voorhoofd). Omdat er weinig fokkers zijn die deze kleurslagen hebben moet men erg oppassen voor teveel inteelt, wat erfelijke afwijkingen met zich mee kan brengen. Er bestaan ook stekelmuizen met rex beharing (korte, rechtopstaande haartjes). In Nederland zijn deze kleur- en vachtvarianten moeilijk te vinden.

Van nature

Stekelmuizen zijn allen schemer- en nachtdieren die ook overdag wel actief kunnen zijn. In de natuur wordt het dag-nachtritme van de gouden stekelmuis echter beïnvloed door geurstoffen die de Sinaï stekelmuis uitscheidt. Deze soorten wonen in hetzelfde gebied en zouden daardoor concurrenten zijn. De geurstoffen van de Sinaï stekelmuis zorgen ervoor dat de gouden stekelmuis overdag actief is, terwijl de Sinaï stekelmuis ’s nachts actief is, en zo wordt concurrentie vermeden. Bij afwezigheid van de Sinaï stekelmuis, bijvoorbeeld in gevangenschap, heeft de gouden stekelmuis net als de andere stekelmuizen het leefritme van een nacht- en schemerdier.

De stekelmuizen leven in droge en warme gebieden tussen rotsen en begroeiing, en soms in huizen of andere bebouwing. Ze leven op de grond maar kunnen ook goed klimmen en bovendien hoog springen. Ze graven geen hol maar gebruiken ruimtes tussen stenen, wortels of holen van andere dieren als schuilplaats en slaapplek. De Sinaï stekelmuis maakt ook wel een eenvoudig nestje van wat takjes en blaadjes. De stekelmuizen markeren hun gebied, vooral hun nestplaats, met geurstoffen uit hun bek en hun urine.

Stekelmuizen zijn sociale dieren die in groepjes leven van meestal een mannetje, een aantal vrouwtjes en hun nageslacht. Binnen de groep is een rangorde. De groepsleden werken samen: de jongen worden door meerdere vrouwtjes gezoogd, vrouwtjes en mannetjes helpen bij de bevalling, mannetjes helpen bij de zorg voor de jongen en de groep zit bij elkaar om zich warm te houden.

Huisvesting

Stekelmuizen zijn groepsdieren en moeten dan ook met meerdere tegelijk gehouden worden. Zet echter nooit een nieuwe stekelmuis in een bestaand groepje, want dan zullen ze gaan vechten. Jonge dieren kunnen wat gemakkelijker bij elkaar worden gezet, zeker als ze allemaal tegelijk in een nieuw verblijf worden gezet. Het eenvoudigste is om te beginnen met nestgenoten. Als u niet wilt kweken, moet u dieren van hetzelfde geslacht nemen. Heeft u een groepje mannetjes, zet er dan geen vrouwtjes in de buurt want dan zullen ze alsnog gaan vechten. Groepjes vrouwtjes zijn vaak wat gemakkelijker samen te houden dan groepjes mannetjes.

Maak de groep niet te groot, drie dieren is een goed aantal, of zorg anders voor een flink verblijf zodat ze elkaar ook uit de weg kunnen gaan. Ze kunnen gaan vechten als de ruimte te klein is. Zeker bij de gouden stekelmuis werkt een groepje van twee of drie dieren beter dan een grotere groep, omdat deze soort wat agressiever is. De Sinaï stekelmuizen zijn wat gemakkelijker in grotere groepen te houden.

Voor stekelmuizen is een verblijf van glas het beste, plastic kan eventueel ook maar pas op dat er niet aan geknaagd kan worden want het plastic is niet bestand tegen hun scherpe tanden. Een metalen tralieverblijf is minder geschikt, want daarin kan de temperatuur niet goed op peil gehouden worden en kan sneller tocht ontstaan. U kunt een aquariumbak of een terrarium nemen. Zorg ervoor dat er nergens openingen zijn waardoor de muizen kunnen ontsnappen, maar denk ook aan voldoende ventilatie.

Voor een groepje van drie muizen is een bak van 80 x 40 x 40 centimeter een minimale maat. Hoger kan nuttig zijn zodat u meer klautergelegenheid kunt bieden. Zorg wel voor een goed deksel (met ventilatiemogelijkheid van bijvoorbeeld stevig gaas), zodat de muizen er niet uit kunnen springen.

De temperatuur in het verblijf moet rond 22-24 graden Celsius liggen. ’s Nachts mag deze wat lager zijn, maar laat deze niet onder de 18 graden zakken.

Het is goed om een warmtelamp te gebruiken. Heeft u de lamp ’s nachts nodig, kies dan een infrarode of keramische warmtelamp, deze geven geen licht zodat u de nacht-dagcyclus niet verstoort. Hang de lamp liefst buiten het verblijf zodat de muizen er niet tegenaan kunnen komen en zorg dat de dieren zelf kunnen kiezen of zij onder de lamp willen zitten. Zorg ook voor een thermometer zodat u kunt controleren wat de temperatuur in het verblijf is. Pas op dat de temperatuur niet boven 30 graden komt.

De luchtvochtigheid mag niet te hoog worden voor deze dieren, houd deze tussen 35 en 50%. Een vochtmeter is daarom handig, deze zijn te koop in een terrariumspeciaalzaak.

Als bodembedekking kunt u schoon speelzand gebruiken maar ook bijvoorbeeld bedding gemaakt van karton, houtpulp, hennep, vlas, papier of beukensnippers. Zaagsel is vaak te stoffig voor de muizen. Gebruik in elk geval geen zaagsel van cederhout, hieruit kunnen schadelijke dampen vrijkomen. Geef ook wat hooi, eventueel kunt u dit door de bedding heen doen maar geef ook wat los, stofvrij hooi zodat ze het kunnen gebruiken voor hun slaapplekje en om op te knabbelen.

Richt het verblijf verder in met schuilplaatsen en klimmateriaal, bijvoorbeeld stenen bloempotten (maak voorzichtig een gat in de zijkant of graaf ze op hun kant een eindje in de bodembedekking) of stukken hout (bijvoorbeeld kienhout), stenen, dikke touwen, ladders en takken om in te klimmen. Lege wc-rollen zijn leuke buizen om doorheen te lopen en aan te knagen. Zet het materiaal goed vast zodat bijvoorbeeld stenen en stronken niet kunnen omvallen. Eventueel kunt u de muizen een loopwiel geven, maar kies dan een wiel met een vrij grote diameter zodat hun rug niet te krom trekt en altijd een dicht model zonder spijlen, zodat hun staart en poten nergens tussen kunnen komen. Beter is de muizen op andere manieren actief te houden, zoals door afwisseling van de inrichting.

Geef geen hamsterwatten, ander synthetisch nestmateriaal of materiaal met lange vezels waarin de dieren verstrikt kunnen raken. Vermijd ook plastic huisjes en ander plastic in het verblijf, want dit wordt stukgeknaagd.

Zet het verblijf niet in de volle zon en niet op de tocht. Houd er rekening mee dat de dieren ook ’s nachts actief zijn, de slaapkamer is daarom geen goede plaats.

Verzorgen en hanteren

Stekelmuizen zijn geen gedomesticeerde dieren en worden niet echt tam. Het zijn dus geen dieren die u kunt knuffelen en oppakken vinden ze meestal niet leuk. Ze kunnen wel aan mensen wennen en op uw hand komen zitten als u iets lekkers heeft. Ze kunnen echter ook flink bijten. Hanteren moet altijd voorzichtig gebeuren zodat de stekelmuis niet gestrest of gewond raakt.

Moet u een stekelmuis uit het verblijf halen, laat hem dan in een doosje of glazen potje lopen of schep hem voorzichtig met twee handen op. Voor de laatste methode moet de muis vanaf jonge leeftijd aan mensenhanden gewend zijn. Vouw uw handen in een kommetje zodat de muis er niet uit kan vallen en houd hem niet hoog boven de grond, want als hij weg probeert te komen kan hij vallen. Vouw uw handen echter niet helemaal om hem heen, want dan zal hij snel bijten.

Pak de muizen nooit aan hun staart, want dan laat de huid los waarna het kale stuk staart afvalt of door de muis wordt afgebeten! Ook de overige huid van de stekelmuis beschadigt snel, dus behandel de dieren voorzichtig en pak ze ook niet bij hun nekvel.

Was uw handen voor u een muis oppakt: als uw hand naar voedsel of juist naar iets engs ruikt, kan de muis bijten. Was ook uw handen nadat u de muis aangeraakt heeft.

Omdat stekelmuizen afkomstig zijn uit droge gebieden, zijn ze zuinig met water en produceren ze niet zo veel urine. Ze hebben ook niet de sterke geur die kleurmuizen hebben. Natuurlijk moet het verblijf wel regelmatig worden schoongemaakt en moeten etensresten verwijderd worden. Schep plashoekjes en plekken waar de bodem nat of vies is geworden om de dag weg, voor de rest van het verblijf is eens per drie tot vier weken verschonen dan meestal voldoende. Haal bij het schoonmaken niet alle bodembedekking in een keer weg, want dan verliest het verblijf de voor de muizen vertrouwde geur. Vervang daarom liever steeds de helft.

Maak voer- en drinkbakjes dagelijks schoon. Gebruikt u een drinkflesje, spoel dit dan goed uit met warm water en vergeet niet de drinknippel schoon te maken.

Geef regelmatig nieuw speelmateriaal, wissel het om of deel het verblijf anders in zodat de dieren iets te onderzoeken hebben. Maak speelgoed en slaaphuisjes eens per week schoon met heet water.

Voeding

In de natuur eten stekelmuizen zowel insecten, zoals krekels en sprinkhanen, termieten, kevers en duizendpoten, als zaden, groen plantenmateriaal en slakken. De samenstelling van het dieet verandert per seizoen en per plaats, afhankelijk van welke voedseltypen beschikbaar zijn; zo worden in de droge zomerperiode meer insecten gegeten en is er minder groen beschikbaar.

Ze hebben dus zowel dierlijk als plantaardig voedsel nodig. Een goed muizen- en rattenvoer is een prima basis, kies dan liefst voor korrels (biks) zodat de dieren niet selectief kunnen eten en alleen de lekkerste dingen er uit kunnen halen.

Daarnaast hebben ze wat extra dierlijk voedsel nodig zoals krekels, een meelworm of insectenvoer dat u in de dierenspeciaalzaak koopt. Krekeltjes of andere insecten kunt u als levend voer geven, zodat de stekelmuizen ze zelf kunnen vangen, dit houdt ze bezig. Geef meelwormen van een apart schaaltje zodat ze niet het verblijf in kruipen. Ook een katten- of hondenbrokje levert dierlijk voedsel en geeft de dieren iets om aan te knagen.

Variatie in het dieet helpt tekorten voorkomen en houdt het interessant voor de muizen. Pas wel op dat u niet teveel vet voedsel geeft, want deze muizen worden snel te dik. Meelwormen zijn bijvoorbeeld vrij vet en ook zonnebloempitten bevatten veel vet, dus voer deze met mate. Te dik zijn is ongezond en kan bij stekelmuizen suikerziekte veroorzaken.

Wat extra ‘groenvoer’ mag ook, maar omdat de spijsvertering van deze dieren is ingesteld op vochtarme voeding kan dat het beste bestaan uit gedroogde kruiden en gedroogd gras of hooi. Eventueel kunnen bijvoorbeeld kleine stukjes wortel, mais, wat gras, een besje of stukje appel gegeven worden, maar wen de dieren er langzaam aan zodat hun spijsvertering zich er op in kan stellen. Geef geen vochtrijke groenten of fruit, dit veroorzaakt al snel darmproblemen.

Om op te knagen kunt u wilgentakken of takken van fruitbomen geven.

Stekelmuizen zijn geen grote drinkers omdat ze zijn aangepast aan leven in droge gebieden, vers water moet echter wel altijd beschikbaar zijn. Een drinkflesje (van glas) is daarvoor het handigst, een drinkbakje kan ook maar kies dan een zwaar exemplaar en let op dat het water niet steeds volgegooid wordt met bodemmateriaal. Bovendien is het mogelijk dat de muizen het bakje als toilet gebruiken. Controleer bij een drinkflesje regelmatig of de drinknippel nog goed werkt.

Voortplanting

Het verschil tussen mannetjes en vrouwtjes is het duidelijkst te zien aan de tepels, twee rijen van kleine puntjes op de buik van de vrouwtjesmuis, die bij mannetjes ontbreken. Bij de vrouwtjes zijn de tepels ook al te zien als ze pas een paar dagen oud zijn. Bij mannetjes is de afstand tussen de anus en de plasopening bovendien groter dan bij vrouwtjes. De testikels van de mannetjes zijn klein en worden snel over het hoofd gezien, gebruik dit dus niet om het geslacht vast te stellen! Pak de muis niet bij de staart als u het geslacht wilt bepalen want deze breekt erg snel.

Stekelmuizen hebben een lange draagtijd van ongeveer 35 tot 42 dagen. Als de jongen geboren worden, zijn ze al ver ontwikkeld: ze hebben haar en kunnen horen, de ogen zijn al open of gaan open binnen enkele dagen na de geboorte. Na een dag lopen ze al rond door het verblijf. Daarin verschillen deze dieren van veel andere knaagdieren zoals muizen, die kale jongen ter wereld brengen en een kortere draagtijd hebben. Per worp brengt een stekelmuis tot zes jongen ter wereld, meestal maar twee of drie.

Stekelmuizen zorgen samen voor hun jongen, die vaak bij elkaar in een nest liggen, en de vrouwtjes zogen ook elkaars jongen. De dieren helpen elkaar zelfs bij de geboorte. Ook de mannetjes helpen bij de verzorging van de jongen.

De jongen worden gezoogd maar eten daarnaast ook al snel wat vast voedsel. Het zogen duurt een week of drie maar kan soms nog langer doorgaan, hoewel ze al vanaf een week niet meer echt afhankelijk zijn van moedermelk.

Na ongeveer vier weken mogen ze bij hun moeder weg om in een ander groepje, bijvoorbeeld met leeftijdsgenoten, geplaatst te worden. Na zeven tot twaalf weken zijn ze geslachtsrijp, dus voor die tijd moeten de mannetjes van de vrouwtjes gescheiden worden.

Jonge stekelmuizen hebben een grijze vacht die langzaam steeds wat meer geel-bruin wordt.

Ziekten en aandoeningen

Stekelmuizen zijn in het algemeen gezonde dieren. Een gezonde stekelmuis heeft schone, heldere ogen, een mooi glanzende en aangesloten vacht, beweegt zich gemakkelijk en is actief. Een dier dat in een hoekje blijft zitten, een vieze of onverzorgde vacht heeft, niest, slecht eet, dunne ontlasting heeft of afwijkend gedrag heeft kan ziek zijn. Vermoedt u dat uw stekelmuis iets onder de leden heeft, raadpleeg dan een dierenarts die ervaring heeft met dit soort bijzondere kleine zoogdieren. Wacht niet te lang, want bij dergelijke kleine dieren kunnen ziekten zich snel ontwikkelen. Zorg dat u weet waar u terecht kunt met uw stekelmuizen voor er iets aan de hand is.

Soms kunnen stekelmuizen diarree krijgen, bijvoorbeeld door verkeerd voedsel of een infectie. Dat kan bij zo’n klein dier snel zorgen voor uitdroging en kan tot de dood leiden.

Stekelmuizen zijn aangepast aan een schaars dieet. Bij te rijke voeding worden ze snel te dik en zijn ze gevoelig voor het ontwikkelen van diabetes (suikerziekte), een te hoog vetgehalte in het bloed en een vergrote lever. Voorkom dit door geen suikerhoudend of te vet voedsel te geven en voer met mate.

Om hun gebit op peil te houden hebben stekelmuizen knaagmateriaal nodig, anders kunnen de tanden doorgroeien. Merkt u dat een stekelmuis moeilijk eet, laat zijn gebit dan controleren.

Tocht en kou veroorzaakt snel luchtwegproblemen, zorg voor een goede huisvesting om dit te voorkomen.

Bij verkeerde huisvesting (bijvoorbeeld te klein, te onveilig of als een dier alleen wordt gehuisvest) of voeding kunnen ook gedragsafwijkingen ontstaan, bijvoorbeeld stereotiep gedrag als rondjes lopen door het verblijf, salto’s maken of staartknagen.

Benodigde ervaring

Voor het op een verantwoorde wijze houden van dit huisdier is geen specifieke ervaring nodig, maar men moet zich vooraf wel goed verdiepen in de benodigde huisvesting en voeding omdat de stekelmuis daar wat specifieke eisen aan stelt. Voor beginners zijn kleine groepjes van alleen vrouwtjes het gemakkelijkste. Stekelmuizen zijn geen geschikte huisdieren voor kleine kinderen.

Aanschaf en kosten

Let bij de aanschaf van jonge stekelmuizen op dat de dieren minimaal vier weken, maar liever zes weken oud zijn. Vraag dus naar de geboortedatum. Tegen die tijd zien ze er uit als een kleinere, wat grijzere versie van hun ouders. De dieren moeten er schoon en gezond uitzien en levendig zijn, en ook hun verblijf moet er netjes uitzien, voldoende groot zijn en mag niet stinken. De mannetjes moeten apart zitten van de vrouwtjes, anders heeft u grote kans dat er inteelt is of dat u een zwanger vrouwtje koopt. Pas ook op dat u dieren van het juiste geslacht koopt.

U kunt stekelmuizen aanschaffen bij een fokker, en een enkele keer bij een asiel of een dierenspeciaalzaak. De prijs van een stekelmuis ligt ongeveer tussen 7 en 10 euro per stuk. Voor een mooi verblijf, inrichting en een warmtelamp bent u vanaf zo’n 110 euro kwijt, maar het uiteindelijke bedrag hangt natuurlijk ook af van het formaat van de bak en type inrichting dat u kiest.

Terugkerende kosten zijn die voor bodembedekking, voer en speelmateriaal. Daarnaast kunt u voor kosten komen te staan als uw dier onverhoopt ziek wordt.

Vind andere pagina's over:
knaagdier, binnendier