Overzicht erfelijke aandoeningen bij reptielen en amfibieën

Bij amfibieën en reptielen kunnen erfelijke aandoeningen voorkomen. Bij deze diergroepen is hier echter nog weinig over bekend. Het kweken op speciale kleuren en patronen die afwijken van de natuurlijke vorm, morphs genoemd, lijkt een rol te spelen bij het ontstaan van erfelijke afwijkingen. Lijnen met een bepaalde mutatie ontstaan vaak uit slechts enkele dieren waardoor inteelt ontstaat. Daarnaast kunnen mutaties die een bepaalde kleur of specifiek patroon met zich meebrengen, bij-effecten hebben die ook worden vastgelegd in het erfelijk materiaal. Hier krijgt u een indruk van wat voor erfelijke afwijkingen er bij reptielen en amfibieën kunnen voorkomen. Meer informatie en uitleg over erfelijke aandoeningen en gebruikte termen vindt u in de Praktische documenten ‘Inleiding erfelijke aandoeningen’ en ‘Meer over erfelijkheid’.

Wobbler syndroom

Dit komt voor bij de spider morph (kleur- of patroonvariant) van de koningspython en morphs die hiervan afstammen. De dieren wiebelen met kop en nek, lijken geen goede controle te hebben over de positionering van hun kop en houden soms de kop ondersteboven. De ‘wobble’ is vooral te zien als het dier opgewonden is, zoals bij het voeren. De mate waarin dit optreedt verschilt per individu. Soms is in jonge dieren geen ‘wobble’ te zien maar ontwikkelt deze zich later alsnog. Maar het komt ook voor dat de ‘wobble’ afneemt met de leeftijd.

Onduidelijkheid door gebrek aan onderzoek

Ook bij andere veel gekweekte reptielen kunnen problemen voorkomen, vaak vooral binnen een bepaalde morph. Er zijn onder andere aanwijzingen voor weerstandsvermindering bij luipaardgekko’s en baardagamen. Er is echter nog geen onderzoek naar dergelijke problemen gedaan bij reptielen en amfibieën, waardoor nog niet duidelijk is in hoeverre dit erfelijk is.

Als u overweegt om een reptiel aan te schaffen, is het dan ook raadzaam om u te laten voorlichten bij een reptielenvereniging, mensen die ervaring hebben met de soort die u gaat kiezen of bijvoorbeeld Stichting Herpetofauna. Daar kan men u meer vertellen over problemen die bij een bepaalde soort een rol zouden kunnen spelen, zodat u weet waar u op moet letten.