PRAKTISCH

Volg ons

TwitterFacebookLinkedIn

 

NIEUWSBRIEF

Ontvangt u graag de LICG nieuwsbrief? Voer dan hier uw e-mailadres in:


Schimmelinfecties (ringworm) bij de kat

Ringworm is een infectie die wordt veroorzaakt door schimmels die groeien in de dode, oppervlakkige lagen van de huid, haren en nagels. Hoewel de naam anders doet vermoeden, heeft ringworm niets met wormen te maken. De wetenschappelijke naam voor ringworm is dermatofytose en de schimmels die de infectie veroorzaken worden dermatofyten genoemd. Er zijn ongeveer 40 verschillende soorten dermatofyten, die alle de neiging hebben om bepaalde diersoorten te besmetten: een schimmelinfectie bij het konijn wordt vaak veroorzaakt door een andere schimmelsoort dan bij de hond. Bij de kat wordt ringworm in meer dan 90% van de gevallen veroorzaakt door de dermatofyt Microsporum canis (M. canis). Deze schimmel kan ook infecties veroorzaken bij andere diersoorten, zoals de hond maar ook de mens. Andere dermatofyten die bij de kat een schimmelinfectie kunnen veroorzaken, zijn Trichophyton mentagrophytes en M. persicolor (via contact met besmette wilde knaagdieren), M. gypseum, M. fulvum en M. terrestre (gevonden in de bodem).

Hoe raakt een kat besmet met M. canis?

Bij ringworm zijn het de schimmelsporen, die tijdens een infectie geproduceerd worden, die zeer besmettelijk zijn. De sporen worden vaak in groepen aangetroffen rondom de haarschacht van geïnfecteerde haren en kunnen alleen met behulp van een microscoop worden gezien. Deze geïnfecteerde haren vallen uit in de omgeving van de kat. Andere katten kunnen zich besmetten door direct contact met een geïnfecteerd dier of door blootsteling aan de besmette omgeving of voorwerpen als kammen, borstels, nagelknippers of een ligkussen. Sporen in de omgeving zijn erg hardnekkig en kunnen zonder behandeling wel anderhalf jaar lang besmettelijk blijven.

Sporen hechten zich aan de huid. Op de huid ontkiemen ze en vormen ze schimmeldraden (hyfen) die de huid en haarschacht binnendringen. Het is niet bekend hoeveel sporen er nodig zijn om een infectie te veroorzaken. Het zichzelf wassen, en vooral het likken, kan een effectieve en veilige methode zijn om sporen van de huid en vacht te verwijderen. De intacte huid biedt veel weerstand tegen infecties. Mijten en luizen komen niet veel voor. Dat betekent dat er waarschijnlijk een bepaalde mate van (zelf)beschadiging nodig is om schimmels de kans te geven zich te ontwikkelen en dat een besmetting met ectoparasieten (luizen, mijten, vlooien e.d) hieraan kunnen bijdragen.

Ringworm komt vaker voor bij katten jonger dan één jaar en langharige katten. Het lijkt erop dat het afweersysteem van jonge katten nog niet volledig ontwikkeld is en beperkt is in het tegengaan van schimmelinfecties. Bij langharige katten is het lastiger om de vacht goed schoon te houden en wordt de huidoppervlakte beter beschermd tegen blootstelling aan zonlicht (waar dermatofyten gevoelig voor zijn) dan bij kortharige katten.

Wat zijn de verschijnselen van een schimmelinfectie bij de kat?

Het beeld van een schimmelinfectie kan sterk variëren. Sommige katten vertonen ernstige huidafwijkingen, terwijl anderen slechts enkele plekjes vertonen of er helemaal normaal uitzien zonder huidafwijkingen (zogenaamde dragers). Karakteristieke huidafwijkingen bestaan uit min of meer ronde, zich uitbreidende, plekken met haarverlies en schilfering, met name rond de kop, oren of de pootjes en voetzooltjes. Het haar in de getroffen gebieden lijkt afgebroken. De besmette huid is schilferig en kan er ontstoken uitzien.

Ringworm kan echter bedrieglijk veel lijken op andere huidaandoeningen bij de kat, zoals een huidontsteking als gevolg van een vlooienallergie of kan er uit zien als beiderzijdse kaalheid of zelfs kattenacné. Meestal is er sprake van kaalheid, maar de ernst van ontsteking, schilfering en jeuk (meestal geen jeuk) kan erg variëren. In een zeldzaam geval kan het lijken of de kat alleen een oorontsteking heeft of een infectie van zijn pootjes.

Hoe wordt een schimmelinfectie aangetoond?

Het is onmogelijk op basis van alleen de symptomen vast te stellen dat een kat een schimmelinfectie heeft, want het beeld kan erg variëren en makkelijk verward worden met een andere huidaandoening. Sommige katten laten zelfs helemaal geen symptomen zien. Met behulp van diagnostische onderzoeken wordt de aanwezigheid van M. canis of een andere huidschimmel bevestigd. De meeste dierenartsen en specialisten (dermatologen) zullen minstens één van onderstaande onderzoeken uitvoeren bij elke kat met een huidaandoening om de mogelijkheid van een schimmelinfectie te onderzoeken. Er zijn een drietal methoden om de diagnose schimmelinfectie te stellen.

Woodse lamp

Allereerst kan een blauwe ultraviolette lamp (Woodse lamp) worden gebruikt. Hiermee wordt, in een verduisterde kamer, geschenen op de vacht van het dier en kan fluorescentie van met M. canis besmette haren worden waargenomen. De haren lichten op met een appelgroene kleur. De fluorescentie wordt veroorzaakt door een stofwisselingsproduct dat wordt afgescheiden door M. canis.

Helaas lichten niet alle schimmel- en M. canis soorten op, zodat een gebrek aan fluorescentie niet betekent dat schimmelinfectie afwezig is. Daarnaast bestaan er andere substanties, zoals resten jodiumhoudende shampoo, zepen, crèmes en zalven, die op de vacht terecht kunnen komen en oplichten. Daarom is de diagnose met alleen een Woodse lamp niet met zekerheid te stellen, maar deze methode helpt wel bij het uitkiezen van de haren die verder onderzocht worden middels microscopisch onderzoek of een schimmelkweek.

Microscopisch onderzoek

Microscopisch onderzoek van verdachte haren kan snel een positieve diagnose opleveren. Met behulp van een microscoop wordt gezocht naar schimmeldelen en sporen die zich in en rondom de haarschacht bevinden. De interpretatie van het beeld kan lastig zijn en vereist enige ervaring. Op basis van alleen microscopisch onderzoek kan niet vastgesteld worden om welke soort dermatofyten het gaat. Een negatief resultaat is onbetrouwbaar en kan erop wijzen dat het onderzochte haarmonster niet representatief was en geen geïnfecteerde haren bevatte.

Schimmelkweek

Een schimmelkweek tenslotte is de meest betrouwbare methode om de diagnose te stellen. Na afname van huidmateriaal en haren, worden deze op een speciale voedingsbodem geplaatst en 1 tot 2 weken bewaard bij kamertemperatuur. Het haar- en huidmateriaal wordt afgenomen van aangetaste lichaamsdelen of van plaatsen die oplichtten bij gebruik van de Woodse lamp. Met behulp van een steriele tandenborstel of massageborstel wordt het hele lichaam geborsteld om haren te verzamelen die er volledig normaal uitzien of er worden met een steriele pincet haren verzameld van een stukje huid (na ontsmetting met alcohol).

Een schimmelkweek biedt de mogelijkheid om te bepalen om welke schimmelsoort het gaat, maar vanwege de trage groei van dermatofyten kan de uitslag wel enkele weken op zich laten wachten. Een positief resultaat bevestigt dat de kat geïnfecteerd is met ringworm of drager is van dermatofyten in zijn vacht (door blootstelling aan een besmette omgeving). Als één kat in huis besmet is met een schimmelinfectie, dan moeten alle andere dieren in huis ook behandeld worden.

Men dient zich te realiseren dat de afwezigheid van dermatofyten bij het microscopisch onderzoek of een huidbiopt een schimmelinfectie niet volledig uitsluit. Alleen een schimmelkweek is bewijzend voor de aan- of afwezigheid.

Hoe wordt een schimmelinfectie behandeld?

Een behandeling van een schimmelinfectie is altijd nodig vanwege het risico van besmetting van mensen en andere dieren die in contact staan met de kat. In sommige gevallen is een langdurige behandeling nodig alvorens volledig herstel optreedt. De behandeling bestaat uit verschillende delen, die allemaal essentieel zijn.

Preventieve maatregelen

Elke reeds bestaande huidaandoening of besmetting met ectoparasieten, met name vlooien en vachtmijten (Cheyletiella), die beschadigingen van de huid kunnen veroorzaken, verhogen de gevoeligheid voor schimmelinfecties en moeten specifiek behandeld worden.

De behandeling van besmette dieren

Alle besmette dieren moeten behandeld worden met schimmeldodende medicijnen die zowel ingenomen moeten worden (systemische therapie) als direct op de vacht en huid worden aangebracht (wassen, lokale therapie). Uw dierenarts kan u hier alles over vertellen.

Houd er rekening mee dat het aanbrengen van een antischimmelcrème op de aangetaste huid niet erg zinvol is, omdat het besmette gebied vaak veel groter is dan de aangedane plek doet vermoeden. Lokale therapie kan het beste worden toegepast op het gehele lichaam door het dier met shampoo te behandelen of te ‘dippen’.

Door de kat eerst te scheren wordt het wassen een stuk makkelijker, vooral bij langharige katten, en wordt de besmetting van de omgeving drastisch verlaagd. Het scheren moet voorzichtig gebeuren om beschadiging van de huid te voorkomen. Huidbeschadigingen zorgen voor een snelle verspreiding van de infectie en zorgen ervoor dat de huidafwijkingen er nog ernstiger uit gaan zien. Het beste kan de scheerbeurt enkele weken na het begin van de systemische therapie herhaald worden, omdat het anti-schimmelmiddel op dat moment al opgenomen is in de haren.

Als er voor gekozen wordt om niet het gehele lichaam te scheren, dan moeten in ieder geval de aangetaste plekken voorzichtig geschoren worden. Het beste kan een ruime marge van ongeveer 6 cm rondom deze plekken worden aangehouden. In de meeste gevallen is het nodig de kat te sederen, voordat deze geschoren kan worden. De geïnfecteerde haren moeten afgevoerd worden en het scheerapparaat, schaar, tafel enz. moeten zorgvuldig gedesinfecteerd worden.

Ontsmetten van de omgeving en voorwerpen

Door geïnfecteerde katten op te sluiten in één makkelijk te reinigen ruimte, wordt ontsmetting van de omgeving een stuk eenvoudiger en wordt de blootstelling van mensen aan de kat en mogelijke infectiebronnen sterk verminderd. Alle plaatsen in huis waar besmette dieren toegang tot hadden, moeten ontsmet worden, maar de nadruk moet gelegd worden op de ruimte waar de katten zich bevinden.

Alle mogelijk geïnfecteerde voorwerpen, zoals halsbandjes, eet- en drinkbakken, tentjes, ligplaatsen, dekens, zachte speeltjes en kammen en borstels die niet gedesinfecteerd kunnen worden, moeten afgevoerd worden. Kartonnen dozen kunnen als tijdelijk nachtverblijf gebruikt worden en moeten wekelijks vervangen worden.

Het besmettingsgevaar van de omgeving wordt gevormd door de sporen die zich op uitgevallen haren bevinden. De mate van besmetting kan beperkt worden door het instellen van een lokale behandeling en het scheren van het dier, zoals hierboven beschreven.

Ontsmetting wordt bereikt door een combinatie van twee maatregelen:

  1. Het fysiek verwijderen van geïnfecteerde haren uit de omgeving en
  2. Het gebruik van chemische middelen om de sporen in de omgeving te doden.

Ontsmetten van de omgeving

Geadviseerd wordt om dagelijks grondig alle besmette kamers / kooien te stofzuigen. Stofzuigers met een borstel zijn het meest geschikt voor het verwijderen van sporen uit vloerbedekking. Radiatoren, ventilatoren en airconditioners raken vaak besmet en moeten goed uitgezogen worden. De stofzuigerzak moet direct na het zuigen weggegooid worden. Afhankelijk van de locatie kan een gasbrander worden ingezet om haren weg te branden van stalen uitlopen en kooien. Het gebruik van stoom is meestal beperkt, omdat de temperatuur van het water dat in contact komt met het schoon te maken voorwerp meestal onvoldoende is om aanwezige sporen te doden.

Chemische desinfectie

Diverse desinfectantia die claimen effectief te zijn tegen dermatofyten, hebben geen goede werking tegen M. canis sporen op haren. Een alternatief is chloor. Hoe geconcentreerder, hoe beter, maar ook verdunde oplossingen die in huis gebruikt worden, met een concentratie van 1 deel chloor op 10 delen water, hebben enige activiteit. Gebruik chloor bij het reinigen van alle harde oppervlaktes (vloeren, werkbladen, kattenbakken en kooien), minimaal twee keer per week. Het desinfecterende poeder en chloor kunnen echter niet gebruikt worden voor vloerbedekking en andere zachte bekleding.

Enkele specifieke behandelingsregimes

De behandeling van een schimmelinfectie is mede afhankelijk van de hoeveelheid katten in huis en de leeftijd van de katten. Hieronder leest u welke behandelingen zijn aangewezen in diverse situaties.

Eén kat in huis

Wanneer er slechts één kat in huis is en deze wordt besmet met een schimmelinfectie, dan is de behandeling relatief eenvoudig. Het grootste gevaar is besmetting van de mensen die in huis zijn bij een uitbraak van M. canis. Zodra de kat echter onder behandeling is en de omgeving is ontsmet, dan zal het probleem binnen enkele maanden volledig verdwenen zijn.

Meerdere katten in huis

Het wordt een heel ander verhaal als er zich meerdere katten in huis bevinden, vooral als er langharige katten in huis besmet zijn. Alle katten in huis moeten getest worden met behulp van een schimmelkweek om vast te stellen welke katten besmet zijn. In de meeste gevallen zullen alle katten een positieve kweek laten zien en is het probleem het snelste opgelost als alle katten in huis behandeld worden. In de meeste gevallen is het bijna onmogelijk om besmette katten te isoleren van de rest en is de meest praktische aanpak om alle katten te behandelen.

Als er katten zijn met een negatieve schimmelkweek en deze kunnen apart gezet worden, dan moet dit wel in een onbesmette omgeving gebeuren en wordt nog steeds een lokale behandeling aangeraden en regelmatige controle met behulp van een schimmelkweek. Wanneer katten onder volledige behandeling een negatieve schimmelkweek tonen, moeten ze eigenlijk als aparte groep gehouden worden en kunnen ze pas als volledig schimmelvrij worden beschouwd als de volgende twee schimmelkweken ook negatief zijn.

Een complete oplossing van het probleem kan maanden tot jaren duren en vergt veel tijd en geld van de eigenaar. Een goede therapietrouw en doorzettingsvermogen zorgen ervoor dat het probleem wordt opgelost. Gedurende de hele infectieperiode moeten het huis en de dieren geïsoleerd worden en mogen geen katten het huis binnenkomen of verlaten. Fokactiviteiten kunnen het beste stilgelegd worden.

De drachtige poes

Er zijn geen systemische middelen die veilig gebruikt kunnen worden tijdens de dracht. Drachtige poezen moeten daarom afgezonderd worden van andere katten, geschoren worden en twee keer per week worden gewassen.

Kittens

Een lokale therapie (wassen) kan worden ingezet bij kittens vanaf een leeftijd van vier weken, waarbij speciale aandacht moet worden besteed aan het warm houden van het kitten tijdens het wassen. De kittens mogen pas naar een nieuwe eigenaar als twee achtereenvolgende schimmelkweken negatief zijn, met een interval van twee weken tussen de kweken. Extra aandacht moet worden besteed aan het beperken van direct contact van de kittens met mensen, met name met kinderen (die extra gevoelig zijn voor schimmelinfecties).

Hoelang duurt het voor een kat hersteld is?

De behandeling moet voortgezet worden tot alle besmette dieren hersteld zijn en een negatieve schimmelkweek vertonen. De huidproblemen zijn vaak al verdwenen voor de schimmelinfectie zelf geheel is overwonnen. Daarom is het nodig om de katten te vervolgen en enkele keren haarmonsters af te nemen (met een tandenborstel) voor een schimmelkweek. Als de behandeling vroegtijdig gestopt wordt, dan kan de schimmelinfectie na een tijdje opnieuw de kop opsteken, wat aangeeft dat de infectie nooit volledig was verdwenen. In de meeste katten is een behandeling van minimaal zes weken nodig en soms zelfs langer. Als vuistregel geldt, dat hoe meer katten er in huis zijn, hoe lastiger het is om het probleem op te lossen.

Preventie

Nieuwe katten zijn een belangrijke potentiële bron van ringworm. Om de insleep van M. canis in huis of in een cattery te voorkomen, is het verstandig om nieuwkomers te testen via een schimmelkweek en ze apart te houden tot de uitslag bekend is. In elke situatie waarbij onbekende katten bij elkaar komen, bestaat het risico op blootstelling aan dermatofytsporen, zelfs als er geen direct contact is tussen de katten. Kattenshows zijn hier een bekend voorbeeld van. Deel nooit kammen en borstels met andere exposanten op een show. Baden, sprayen of dippen met een anti-schimmelmiddel na de show is de beste methode om te voorkomen dat eventuele sporen van dermatofyten tot een infectie kunnen leiden.

Dezelfde voorzorgsmaatregelen moeten genomen worden wanneer een kat terugkeert naar een cattery als deze kat op een plek is geweest waar direct of indirect contact is geweest met andere katten, zoals een andere cattery (bijvoorbeeld voor dekking) of een dierenartsenpraktijk. Hoewel ringworm een gevreesde ziekte is bij kattenfokkers, kan een infectie met behulp van logische voorzorgsmaatregelen en een goede hygiëne voorkomen worden.

Een schimmelinfectie bij de mens

Schimmelinfecties kunnen zich makkelijk verspreiden tussen katten en mensen. Met name kinderen lopen een hoger risico. Direct contact met geïnfecteerde dieren kan daarom het beste zo beperkt mogelijk gehouden worden. Bij het uitvoeren van de behandeling kunnen het beste handschoenen en andere beschermende kleding gedragen worden. Een efficiënte ontsmetting van de omgeving zal de blootstelling aan sporen van dermatofyten verminderen.

Een schimmelinfectie bij de mens presenteert zich als karakteristieke ronde, schilferige, kale plekken met veel jeuk. De huidafwijkingen kunnen zich op elk lichaamsdeel presenteren, maar komen het meest voor op de armen, in het gezicht en de behaarde hoofdhuid, waar contact is geweest met het dier. Bij een schimmelinfectie is het raadzaam om contact op te nemen met uw huisarts, die een behandeling voor kan schrijven. Ringworm bij de mens is goed te behandelen.