PRAKTISCH

Volg ons

TwitterFacebookLinkedIn

 

NIEUWSBRIEF

Ontvangt u graag de LICG nieuwsbrief? Voer dan hier uw e-mailadres in:


Overgewicht bij katten

Overgewicht is een veelvoorkomend probleem bij huisdieren in Nederland en de rest van de wereld. Een structureel te hoge inname van calorieën leidt tot zwaarlijvigheid (obesitas). Het teveel aan energie wordt opgeslagen in de vorm van vet. Dit brengt gezondheidsrisico's met zich mee.

Naar schatting is 25 tot 30% van de katten in ons land zwaarlijvig. Deze katten hebben een gewicht dat tenminste 20% boven hun ideale lichaamsgewicht ligt. Katten met een lichaamsgewicht tot 20% boven hun ideale gewicht, hebben last van overgewicht. Een ideaal voedingspatroon richt zich op het behouden van een optimaal lichaamsgewicht en het voorkomen van overgewicht. Lange-termijnonderzoek heeft aangetoond dat zowel bij (extreem) overgewicht als (extreem) ondergewicht de levensverwachting afneemt.

De lichaamsconditie van uw kat bepalen

Door uw kat regelmatig te wegen, kunt u zien of zijn gewicht toe- of afneemt, maar hoe bepaalt u of het lichaamsgewicht van uw kat te laag, te hoog of optimaal is? De optimale lichaamsconditie hangt af van onder andere ras, geslacht en leeftijd. De BCS of Body Condition Score is een methode waarmee de dierenarts kan beoordelen of de lichaamsconditie van een kat (of hond) overeenkomt met zijn optimale lichaamsconditie. Aan de hand van een aantal criteria wordt de lichaamsconditie van uw kat geschat op een schaal van 1 tot 9. Een score van 1 betekent 'zeer mager', een score van 9 duidt op extreme zwaarlijvigheid. Naast een schaal van 9, wordt er door sommige dierenartsen gebruik gemaakt van een schaal met 5 punten, waarbij 1 opnieuw ‘zeer mager’ is, 5 ‘zwaarlijvig’ en 3 ‘het ideale gewicht’.

Bij een kat met zwaarlijvigheid zijn de ribben moeilijk te voelen door de aanwezigheid van een dikke vetlaag op de ribben. De staartaanzet en ook andere botuitsteeksels zijn eveneens bedekt met een vetlaag. Het dier heeft geen taille meer en er hangt een vetschort onder de buik van de kat. Van boven af gezien valt op dat de rug van de kat breder is dan gebruikelijk.

Gezondheidsrisico's door zwaarlijvigheid

Van veel aandoeningen is bekend dat zwaarlijvigheid (en overgewicht in mindere mate) de kans op het ontstaan of voortschrijden van diverse ziektes vergroot (zie hieronder).

Aandoeningen waarbij zwaarlijvigheid een risicofactor vormt: 

  • Suikerziekte (Diabetes mellitus);
  • Problemen met de lagere urinewegen, zoals een blaasontsteking;
  • Overbelasting van de gewrichten en het verergeren van gewrichtsslijtage (artrose);
  • Niet-allergische huidziekten;
  • Leververvetting (feline hepatische lipidose);
  • Slechte conditie en uithoudingsvermogen.

Mogelijke andere risico's van zwaarlijvigheid:

  • Verhoogd risico bij algehele anesthesie;
  • Verminderde werking van het afweersysteem;
  • Problemen bij de bevalling;
  • Ademhalingsproblemen (‘Pickwick syndroom').

Ontwikkeling van obesitas: risicofactoren

Als uw kat gedurende langere tijd meer calorieën opneemt dan hij verbruikt, is er sprake van een 'positieve energiebalans': dit leidt tot gewichtstoename. Het teveel aan energie wordt in het lichaam opgeslagen in de vorm van vet. Meestal is het lichaam in staat om het lichaamsgewicht redelijk stabiel te houden door de energie-inname af te stemmen op het energieverbruik. Bepaalde risicofactoren kunnen dit natuurlijke evenwicht verstoren en de kans op gewichtstoename vergroten.

Een gecastreerde kat heeft bijvoorbeeld een grotere kans op overgewicht dan een ongecastreerde kat. Na castratie daalt het energieverbruik met ongeveer 20-30% waardoor een gecastreerde kater of poes minder voeding nodig heeft om dezelfde lichaamsconditie te behouden. Lichaamsbeweging verhoogt het energieverbruik aanzienlijk. Een kat die minder beweegt, of minder kan bewegen, loopt een grotere kans op overgewicht dan een actieve kat. Een ongecastreerde kat heeft de neiging om op zoek te gaan naar een partner. Na een castratie neemt die behoefte af waardoor de kat minder lichaamsbeweging krijgt.

Het risico op overgewicht en vetzucht is ook gekoppeld aan de leeftijd van uw kat. Een kat jonger dan twee jaar zal minder snel overgewicht ontwikkelen dan een kat in de leeftijdklasse van twee tot tien jaar, want in die periode neemt de energiebehoefte af. Een senior kat (tien jaar of ouder) neigt weer eerder naar ondergewicht.

Ook maakt het uit of uw kat een raskat is of niet: een raskat heeft in vergelijking met een niet-raskat minder kans op overgewicht.

Een voeding die niet alleen smaakvol maar ook erg energierijk is, kan ervoor zorgen dat uw kat zich overeet en overgewicht ontwikkelt. Dit geldt zeker als uw kat de hele dag beschikt over zijn voer of te vaak wordt verwend met lekkere tussendoortjes. Bepaalde geneesmiddelen kunnen overgewicht in de hand werken omdat ze de eetlust vergroten of de energiebehoefte van het lichaam verkleinen. Geneesmiddelen waarvan bekend staat dat ze kunnen leiden tot gewichtstoename zijn corticosteroïden (bijvoorbeeld prednisolon), antidepressiva (onder andere amitriptiline en cyproheptidine) en anti-epileptica (middelen tegen epilepsie).

Behandeling van zwaarlijvige katten

Het is voor een kat gevaarlijk om te vasten of snel gewicht te verliezen, omdat hierdoor leververvetting (feline hepatische lipidose) kan optreden. Vet wordt dan in de lever afgezet als gevolg van een plotselinge wijziging in de energiehuishouding. Leververvetting is een ziekte met vaak dodelijke afloop.

Voor de gezondheid van uw kat is een geleidelijke, gecontroleerde gewichtsafname het beste. Bij een ernstig zwaarlijvige kat kan het tot een jaar duren voordat uw kat zijn ideale lichaamsgewicht heeft bereikt. Uw dierenarts kan een behandelplan opstellen waarin een voedingsadvies, een bewegingsschema en tussentijdse gezondheidscontroles zijn opgenomen. Het is heel lastig om te zien of uw kat afvalt omdat u het dier dagelijks ziet. Laat uw kat daarom tijdens de behandeling regelmatig wegen door uw dierenarts. Die kan zo ook in de gaten houden of uw kat niet te snel afvalt.

Een kat is een vleeseter en heeft, in tegenstelling tot een alleseter als de mens, vlees nodig om te overleven. In de natuur voedt een kat zich met kleine prooidieren en leeft het dier op een eiwitrijk en koolhydraatarm dieet. Voor katten met overgewicht zijn speciale dieetvoedingen ontwikkeld die veel eiwitten bevatten, weinig vetten en weinig koolhydraten. Dit dieetvoer helpt uw kat om vet te verbranden en af te slanken zonder dat dit ten koste gaat van de spieropbouw.

Naast een geschikt dieet draagt ook lichaamsbeweging bij aan de behandeling. Stimuleer uw kat om meer te bewegen: speel met hem en laat hem door het huis lopen of rennen, trappen op en af gaan, etc. U kunt hierbij bijvoorbeeld een tuigje gebruiken, een hengel met een speeltje eraan of een voederbal.

Een optimaal lichaamsgewicht behouden

Wanneer uw kat zijn ideale lichaamsgewicht heeft bereikt, is het verstandig om het dier een 'light' of caloriearm dieet te blijven geven. Deze voeding is speciaal ontworpen voor de minder actieve kat en bevat minder calorieën dan een gewone onderhoudsvoeding. Het is heel lastig om te zien of uw kat afvalt omdat u het dier dagelijks ziet, maar het is net zo moeilijk om te zien of uw kat na het volgen van een dieet niet weer in gewicht toeneemt. Het is dan ook belangrijk om uw kat tijdens zijn hele verdere leven regelmatig te blijven wegen om er zeker van te zijn dat het dier niet opnieuw zwaarder wordt.