PRAKTISCH

Volg ons

TwitterFacebookLinkedIn

 

NIEUWSBRIEF

Ontvangt u graag de LICG nieuwsbrief? Voer dan hier uw e-mailadres in:


Diarree bij de kat

De normale ontlasting (faeces) van een kat is goed gevormd en heeft een bruine kleur. Bij diarree is de ontlasting zachter of zelfs waterig, en kan de kleur lichter of donkerder zijn dan normaal. Ook kan er vers bloed of wat slijm zichtbaar zijn op de ontlasting. Het ontlastingspatroon van de kat zal veranderen en soms zit de kat echt te persen op de kattenbak. Dit zijn belangrijke signalen voor de eigenaar om op te letten, want deze kunnen helpen bij het vinden van de oorzaak van de diarree.

Oorzaken van diarree

Diarree kan het gevolg zijn van diverse aandoeningen die zich afspelen in (o.a. infecties) of buiten (o.a. lever- en nieraandoeningen) het maagdarmkanaal.

Bij jonge katten wordt diarree meestal veroorzaakt door:

  • De voeding: Bij het met de hand grootbrengen van kittens zijn de meest gemaakte fouten die kunnen leiden tot diarree het gebruiken van een voeding die niet geschikt is voor de kat en overvoeding (te vaak of teveel melk geven per voeding). Ook kan te weinig melk van de moederpoes leiden tot een onderontwikkeling van het maagdarmkanaal, resulterend in diarree. Sommige kittens ontwikkelen lactose intolerantie (lactose is een eiwit dat deel uitmaakt van melk) en zullen diarree krijgen na het drinken van melk op oudere leeftijd. Speelse en onderzoekende kittens kunnen dingen eten die ze beter niet hadden kunnen opnemen, waardoor diarree kan ontstaan.
  • Besmettelijke (infectieuze) oorzaken: virussen, bacteriën en parasieten (o.a. wormen) kunnen allemaal diarree veroorzaken. Als één van deze de oorzaak is, hebben vaak meer kittens in het nest of ook andere katten in huis last van diarree. Kattenziekte, corona- en rotavirusinfecties zijn veel voorkomende virale oorzaken van diarree bij de kat. Salmonella en Campylobacter zijn twee bacteriesoorten die vaak aanleiding geven tot diarree. Van de parasieten kunnen zowel spoel- als haakwormen en de ééncelligen (protozoën) als Giardia, diarree veroorzaken. Bij jonge katten zien we echter vaker dat ze achterblijven in ontwikkeling dan dat ze echte symptomen van diarree vertonen.

Diarree bij de volwassen kat wordt meestal veroorzaakt door:

  • Infectieuze darmontsteking (IBD)
  • Tumoren, zoals lymfosarcomen of adenocarcinomen
  • Infecties
  • Parasieten
  • Voedingsovergevoeligheid (voedingsallergie)
  • Een te snel werkende schildklier
  • Geneesmiddelen / toxinen
  • Problemen met de alvleesklier, meestal veroorzaakt door afbraak van de alvleesklier als gevolg van een alvleesklierontsteking

Symptomen van diarree

De symptomen die een kat laat zien, hangen sterk af van het darmdeel dat getroffen is. Wanneer het probleem zich in de dunne darm bevindt, zal de kat grote hoeveelheden, waterige diarree produceren en gewicht verliezen. Bij een probleem in de dikke darm zal de kat kleine beetjes zachte ontlasting uitscheiden, waarbij soms wat vers bloed of slijm te zien is. De kat zal zich vaker ontlasten en waarschijnlijk daarbij persen. Vaak is er echter sprake van een gemengd ziektebeeld en zien we een combinatie van deze symptomen.

Het is makkelijk om de ontlasting van een kat te beoordelen als er maar één kat in huis is en deze de kattenbak gebruikt. Bij katten die naar buiten gaan of die met meerdere katten samen in huis leven, is het veel lastiger om te achterhalen wat er aan de hand is. Wanneer de diarree echter heel ernstig wordt, zal ook een buitenkat soms wat ‘ongelukjes’ in huis vertonen, omdat het dier eenvoudigweg niet snel genoeg naar buiten of naar de kattenbak kan gaan. Vaak is er ook wat zachte ontlasting zichtbaar die net onder de staart blijft kleven.

Wanneer er meerdere katten in huis zijn, is het verstandig om de kat met diarree apart te zetten.

Ook braken kan een teken zijn van maagdarmproblemen bij de kat. Sommige katten zullen meer gaan drinken om het vochtverlies van de diarree te compenseren.

Diagnostisch onderzoek

Uw dierenarts zal uw kat onderzoeken en diverse vragen stellen, alvorens te beslissen welk vervolgonderzoek nodig is. Als de diarree nog maar kort geleden ontstaan is, en de kat nog steeds levendig en alert is, kan uw dierenarts besluiten om alleen de symptomen te behandelen en zal het probleem zich meestal vanzelf oplossen. Als de diarree al wat langer bestaat, of als zich ook andere symptomen voordoen, is aanvullend onderzoek nodig om de onderliggende oorzaak vast te stellen.

Bloed- en urineonderzoek worden vaak uitgevoerd om aandoeningen, die buiten het maagdarmkanaal liggen, zoals een overmatig werkende schilklier (hyperthyreoïdie) en lever- of nierproblemen, uit te sluiten en om vast te stellen of de kat besmet is met het kattenleukemievirus (FeLV) of het kattenaidsvirus (FIV). Bloedonderzoek kan ook gebruikt worden om de werking van het maagdarmkanaal en de alvleesklier te controleren.

Ontlastingsmonsters kunnen onderzocht worden op parasieten, zoals wormeieren en kunnen op kweek gezet worden om ziekteverwekkende bacteriën op te sporen. Meestal moeten meerdere monsters onderzocht worden om een infectie te bevestigen of uit te sluiten. Röntgenfoto’s en echo-onderzoek worden vaak ingezet om het maagdarmkanaal te onderzoeken en eventuele afwijkingen te ontdekken.

Soms is het nodig een stukje weefsel (biopt) te nemen van het maagdarmkanaal om een diagnose te kunnen stellen. De maag, het eerste deel van het maagdarmkanaal en de dikke darm kunnen onderzocht worden met een beweeglijke holle kijkbuis (endoscoop). Tegelijkertijd kunnen kleine biopten genomen worden met een speciaal ‘grijpinstrumentje’ dat via de endoscoop naar binnen wordt gebracht. Dit kan een alternatief bieden voor het nemen van biopten tijdens een chirurgische ingreep, hoewel ook dit laatste soms echt nodig is.

Behandeling

De behandeling wordt aangepast aan de onderliggende oorzaak van het probleem (bijvoorbeeld de juiste middelen om parasieten te bestrijden of andere infecties). Uw dierenarts kan een middel voorschrijven om uitdroging te voorkomen (als de kat tenminste niet braakt). Er wordt geadviseerd om een lichte, zeer goed verteerbare, vetarme voeding te geven. Bij uw dierenarts is een speciaal dieet te verkrijgen. Daarnaast kunt u uw kat voer geven dat bestaat uit kip of kalkoen met wat witte rijst. In het begin kan de kat 3 tot 4 keer per dag gevoerd worden om het maagdarmkanaal niet direct te zwaar te belasten. De voeding kan dan geleidelijk, in twee tot drie dagen, weer worden teruggebracht naar de normale voeding van de kat.

Als de kat niet meer reageert op zijn omgeving of uitgedroogd is, dan zal uw dierenarts een infuus aanleggen in een bloedvat om vocht (en eventueel suikers en/of zouten) toe te dienen.

In gevallen van ernstige, langdurige diarree zal uitgebreider onderzoek worden uitgevoerd om de oorzaak te achterhalen en hierop de behandeling worden afgesteld. Antibiotica zijn alleen zinvol als de diarree veroorzaakt wordt door bacteriën die zijn aangetoond in een kweek van de ontlasting of als de darmen heel ernstige beschadigd zijn. In de meeste gevallen zijn antibiotica echter niet nuttig en kunnen de diarree zelfs verergeren.

Infectieuze darmontsteking is een ziekte die veroorzaakt wordt door meerdere factoren en de behandeling wordt per individueel dier voorgeschreven. Voeding speelt een belangrijke rol bij de behandeling. Er wordt vaak een voeding voorgeschreven met slechts één nieuwe eiwitbron (die het dier in de afgelopen 6 maanden niet heeft gehad) en die verder volledig en evenwichtig is. De kat moet minimaal 6 weken op dit dieet gehouden worden om verbeteringen te kunnen waarnemen. Daarnaast kunnen geneesmiddelen die deze maagdarmontstekingen remmen nodig zijn.

Als een tumor de onderliggende oorzaak is van diarree, dan kan deze door middel van een operatie en/of een chemokuur behandeld worden. De behandeling hangt af van het soort tumor en de mate van uitbreiding in de darmen. In sommige gevallen wordt de oorzaak van de diarree niet gevonden en kunnen alleen middelen worden ingezet om de symptomen te bestrijden.

Prognose

De prognose hangt natuurlijk af van de oorzaak van de diarree. Aandoeningen die gemakkelijk met een voeding en/of geneesmiddel te behandelen zijn, hebben een goede prognose. In alle gevallen geldt dat een vroege onderkenning en diagnose van het probleem, problemen op de lange termijn in het maagdarmkanaal, die misschien wel onomkeerbaar zijn, kunnen voorkomen.