PRAKTISCH

Volg ons

TwitterFacebookLinkedIn

 

NIEUWSBRIEF

Ontvangt u graag de LICG nieuwsbrief? Voer dan hier uw e-mailadres in:


Castratie van uw kat

Rond de leeftijd van 5 tot 8 maanden is een kitten geslachtsrijp, ofwel seksueel volwassen. Het dier is vanaf dat moment dus vruchtbaar en in staat om zelf kittens voort te brengen. De meeste eigenaren hebben geen tijd of zin om met hun kat te fokken. Ze willen bovendien voorkomen dat er nog meer kittens ter wereld komen; er zijn al zo veel ongewenste katten en kittens op zoek naar een tehuis. Het is daarom aan te raden om uw kat al voordat deze vruchtbaar wordt te laten castreren.

Het castreren van een kater (verwijderen van de zaadballen) of poes (verwijderen van de eierstokken en eventueel de baarmoeder) voorkomt ongewenste nestjes. Daarnaast helpt castratie om ongewenste gedragspatronen, zoals sproeigedrag te voorkomen en verkleint het de kans op bepaalde aandoeningen, zoals melkklierkanker en baarmoederontsteking. 

Is mijn kitten een poes of een kater?

Er worden verrassend vaak fouten gemaakt bij de bepaling van het geslacht van een kitten. Als u twijfelt, vraag het dan aan uw dierenarts (die zal voorafgaand aan een castratie in ieder geval nog het geslacht van uw kitten controleren). U kunt zien of uw kitten een katertje of poesje is, door de staart van het kitten op te tillen en de geslachtsopening te bekijken. Bij een katertje zit de geslachtsopening op ongeveer 1 centimeter onder de anus en net boven de opening ziet u het scrotum (de balzak) als een verdikking liggen: de anus en de geslachtsopening zien eruit als twee 'puntjes'. Bij een poesje ligt de geslachtsopening in een verticale huidplooi die bijna doorloopt tot aan de anus: dit lijkt op de letter 'i'.

Castratie van uw poes

Vroeger werd wel beweerd dat het voor een poes beter is om minstens één nestje te krijgen, maar dit is absoluut onnodig en biedt geen enkel voordeel. Laat uw poes liever castreren voordat ze geslachtsrijp is, dus op een leeftijd van vier à vijf maanden.

Een geslachtsrijpe poes zal regelmatig (in een cyclus van gemiddeld drie weken) ´krols´ worden. Een krolse poes gaat meestal op typische wijze miauwen en dit geroep kan er zeer luidruchtig aan toe gaan!

Met bepaalde medicamenten (onder andere de poezenpil) kan de geslachtscyclus onderdrukt worden, maar er bestaat bij de kat een behoorlijk risico op bijwerkingen, zoals het ontwikkelen van kwaadaardige melkkliertumoren, baarmoederontsteking en suikerziekte. Langdurig gebruik wordt dan ook afgeraden. Als de pil een keer vergeten wordt of uitgespuugd is, bestaat er kans op een verlengde dracht en misvormde kittens.

Als u niet van plan bent om met uw kat te gaan fokken, dan is castratie de beste optie om de eerder genoemde krolsheid, kans op vervelende aandoeningen en ongewenste dracht te voorkomen.

Castratie is een chirurgische ingreep waarbij onder algehele narcose de eierstokken en eventueel de baarmoeder worden verwijderd via een sneetje in de flank of buik van uw poes. Een stukje vacht rondom de huidsnede wordt weggeschoren en uw dierenarts zal u vragen om de poes vanaf de avond voor de ingreep geen eten meer te geven. Als er geen complicaties zijn, mag uw kitten dezelfde dag nog naar huis. De hechtingen worden na 7 tot 10 dagen verwijderd. Sommige dierenartsen plaatsen de hechting onderhuids, zodat u de hechting niet ziet. Deze hechting lost vanzelf op en hoeft niet verwijderd te worden. U gaat dan na 7 tot 10 dagen alleen langs voor een controle van de wond.

Castratie van uw kater

Om ongewenste nestjes te voorkomen is het castreren van katers net zo belangrijk als het castreren van poezen. Bovendien heeft een ongecastreerde, 'intacte' kater de neiging om te gaan rondstruinen, zich agressief te gedragen tegenover andere katers, te vechten en om zijn territorium te markeren met urine. Dit 'sproeien' doet hij vaak ook binnenshuis!

Het agressieve gedrag van een niet-gecastreerde kater brengt gezondheidsrisico's met zich mee. Besmettelijke ziekten zoals FIV (Feline Immunodeficiëntie Virus, ook wel kattenaids genoemd) of FeLV (Feline Leukemie Virus, of kattenleukemie) worden namelijk door bijten tijdens gevechten overgebracht. Daarnaast kunnen door vechten abcessen ontstaan. Deze met pus gevulde holtes ontstaan door bijt- en krabwonden. Een kat kan hier erg ziek van worden.

Castratie houdt in dat beide teelballen (testikels) onder algehele narcose chirurgisch worden verwijderd via kleine sneetjes in de balzak (scrotum). Net als bij de castratie van een poes is het belangrijk om vanaf de avond voor de ingreep geen eten meer te geven om complicaties bij de narcose te voorkomen. Ook een kater mag de dag van de operatie nog naar huis. Er wordt niet gehecht omdat de wond erg klein is, maar ook om ophoping van eventueel wondvocht te voorkomen. De kat houdt door likken de wond goed schoon.

Soms is één of zijn beide testikels niet goed ingedaald. In dat geval moeten deze via het lieskanaal en/of via de buik worden verwijderd. Het verwijderen van alleen het ingedaalde testikel heeft geen zin, omdat de achterblijvende teelbal nog steeds hormonen produceert. Dit kan dus ook nog steeds leiden tot sproeigedrag.

Nazorg

Katten herstellen na een castratie meestal opvallend snel. Ze kunnen nog een paar uur wat suf zijn, maar de volgende dag zijn ze over het algemeen weer heel levendig. Het is zinvol om (als dat lukt) uw kitten nog een paar dagen rustig te houden zodat de inwendige wonden de tijd krijgen om te genezen. Mocht uw kitten ongewoon rustig en passief lijken, neem dan contact op met uw dierenarts. Als uw kitten overmatig aan zijn/haar wonden gaat likken of krabben, verhoogt dit het risico op ontsteking of een slechte wondgenezing. In dat geval kunt u uw dierenarts om een beschermend verband of een kraag vragen.

Na een castratie moet u erop bedacht zijn dat een gecastreerde kat een sterkere neiging tot overgewicht heeft. Als u ziet dat uw kat te zwaar wordt, pas dan zijn dagelijkse hoeveelheid voeding aan. Als richtlijn kunt u het beste de voergift met 1/3 deel verminderen. Geef na de castratie niet onbeperkt (ad libitum) voer! Gecastreerde dieren zijn minder actief waardoor de energiebehoefte afneemt. Tegelijkertijd valt na castratie de remming op het hongercentrum weg, waardoor ze meer willen gaan eten. Als ze meer gaan eten, terwijl ze minder nodig hebben, leidt dat automatisch tot overgewicht!

Plaatselijke verkleuring van de vacht

De temperatuur van de huid speelt een rol in de ontwikkeling van de vachtkleur van sommige katten (bijvoorbeeld bij Siamezen). Dit betekent dat als een deel van de vacht wordt geschoren (zoals bij een castratie) op die plek donkerdere haren teruggroeien. Dit is echter maar tijdelijk: als de vacht verder doorgroeit, worden de donkere haren geleidelijk weer vervangen door normale lichtgekleurde haren.

Adviesleeftijd voor castratie

Een kat kan op praktisch elke leeftijd worden gecastreerd, maar meestal wordt de castratie uitgevoerd op een leeftijd van vier tot zes maanden. Probeer in ieder geval de kat te laten castreren voordat deze vruchtbaar wordt en hou uw kat binnen zolang het dier nog niet gecastreerd is. Ook na castratie moet een kater nog een aantal weken binnengehouden worden, omdat hij nog enige tijd (tot wel 7 weken lang) vruchtbaar kan zijn.

Bij castratie op latere leeftijd kan het lastiger zijn om ongewenste gedragspatronen nog te veranderen. Als uw kat buiten komt, is er veel meer risico op ongewenste nestjes. Bovendien kan uw kat een gevaarlijke ziekte of verwondingen oplopen door vechten met andere katten.

Sommige dierenartsen zullen een kitten al op vroegere leeftijd (twee tot drie maanden) castreren. Dergelijke vroegcastraties worden met name bij zwerfdieren of dieren die veel buiten rondlopen steeds vaker uitgevoerd, om ongewenste nestjes te voorkomen. Vroegcastratie lijkt geen nadelige gevolgen te hebben, maar het narcose risico is bij deze heel jonge dieren iets groter dan bij wat oudere dieren.